Terugkeer naar genade

In oktober 2007 leerde ik Judith Moore, een medium, kennen die rond graancirkels boodschappen ontving. Zij had in die tijd visioenen die op de Kabbala betrekking hadden en zodoende moest ik mij erg inspannen om haar te kunnen volgen. Een keer merkte ik in haar nabijheid op: ‘Er loopt een breuk door alles heen en die breuk loopt helemaal door tot de Tempelberg in Jeruzalem.’ Toen werd zij als door een bliksem getroffen en begon zij een ontbrekende kabbalistische formule te openbaren die door de priesters uit de tijd van Jezus uit de Thora was geschrapt. Dat was mijn introductie tot een vrouwelijke Kabbala.

Voor Arthur Kurzweil, auteur van Kabbala voor dummies, is de Kabbala de theologie van het joodse volk en een onderzoek naar de diepste wijsheid van de joodse traditie. Maar volgens Judith Moore is de Kabbala de oudste verzameling van wijsheid die de sleutels bevat voor de geheimen van het universum en voor de mysteries van het menselijk hart en de ziel. Deze geheimen en mysteries zijn niet typisch joods van aard. Ze gaan iedereen aan. Omdat de Kabbala een wetenschap is, kan zij net zoals iedere andere wetenschap feilbaar zijn.

Op 7 mei 2009 was Judith met drie anderen betrokken bij een alchemistische activering van de kabbalistische Levensboom. Daarbij richtte zij haar aandacht op de zesde en de elfde sefira. Een sefira is een kanaal van goddelijk licht en wijsheid. De zesde sefira wordt in de joodse traditie Tif’èret genoemd wat schoonheid betekent. De elfde sefira heet Da’at en staat voor innerlijke kennis. In de zesde sefira werd de weg van ascensie bekrachtigd, de weg die van doodsstrijd naar extase voert. De kruisiging van Christus had tot doel deze toegangspoort van ascensie voor de hele mensheid in de zesde sefira te openen en daarmee lijden te boven te komen.

De elfde sefira werd tijdens de activering verbonden met de wijsheid van het goddelijk vrouwelijke, in het bijzonder met de wijsheid van de Griekse godin Afrodite en de Egyptische godin Isis, de gemalin van Osiris. Het ging om het toelaten van vrouwelijke profetie. De verrezen meester St. Germain opende daartoe een gang van licht in de vijfde dimensie, de dimensie van mededogen en onvoorwaardelijke liefde. Het is hiermee duidelijk dat de Kabbala meer kan zijn dan de wijsheid of theologie van het jodendom. Het ging bij deze activering ook om de erfenis van de Griekse, de Egyptische en de christelijke traditie.

Abigail Sarah Bagraim werkend aan de Levensboom.

In januari 2010 kwam ik tot het besluit om Judith uit te nodigen voor een workshop over de Kabbala die een aantal punten rond de elfde sefira zou kunnen verhelderen. Een dag voor de workshop die in april plaatsvond kreeg Judith van Enak-Kee-Na, een innerlijke gids, te horen dat de kabbalistische Levensboom door de gevallen engelen op verzoek van halfgoden beperkt was tot tien sefirot, tien kwaliteiten van het goddelijke. Dat zou een poging zijn geweest om de relatie tussen mens en God onder controle te krijgen. De elfde sefira zou via de twaalfde en de dertiende de weg naar oneindig bewustzijn openen. Enak-Kee-Na noemde deze weg de Magdala-sleutel in het DNA, de sleutel tot onsterfelijk bewustzijn, oneindige schepping en eeuwige Eenheid: ‘Dat is de sleutel die de Boom van de Dood, die de patriarchale Kab­bala is, in de Boom van het Leven kan veranderen.’

Eerder had Judith te horen gekregen dat de elfde sefira van de kabbalistische Levensboom de macht van Magdala, de macht van de schoot zou zijn. Jezus zou de Levensboom zijn en Magdala de schoot om de Macht van Eenheid uit de Bron te ontvangen in een gefocuste vorm. Irene, een vriendin van mij, ging in juni 2013 op zoek naar de elfde sefira en kwam bij mededogen uit. Dat was tijdens een cranio-sacraal sessie waarin zij innerlijk een blokkade beleefde op de plek waar ooit in Jeruzalem de Tempel van Salomo had gestaan. Door niet te oordelen over de krokodillen-energieën die daar de verbinding tussen hemel en aarde hadden verbroken kon Irene die met een zwaard bevrijden. De krokodillen vlogen via de ster Aldebaran terug naar Sirius B (een witte dwerg).

Irene: ‘Het bleek dat de uitgebreide, harde energie in mijn lies de collectieve pijn was van alle vrouwen die niet in staat waren hun kinderen te beschermen. Door mij met die pijn te verbinden maakte ik een immense val door de duisternis in het zwarte gat van ons bestaan. De val was immens en verbijsterend. Toen was er plotseling een milde, zachte, vloeiende fluwelen duisternis. In deze duisternis verscheen een donker gezicht voor mij… Het was immens… Ik kon het eerst nauwelijks zien. Ik vroeg mij af of het van een dinosauriër was, maar langzaam werd ik zo’n zachtheid en zoveel liefde in die ogen gewaar… De vorm van het gezicht was half mens, half schildpad. Zij bedankte mij vanuit de diepte van de Aarde voor het bevrijden van de krokodillen.’

Teruggekeerd naar de plek van de Tempel zag Irene Hagar staan, de Egyptische slavin van Sara. Sara is in dit verband de vrouw van aartsvader Abraham. Op grond van het verhaal in Genesis stond Hagar voor alle weggezonden, niet erkende vrouwen, ook voor vrouwen die niet bij machte waren voor hun kinderen te zorgen. Irene: ‘Hagar was donker en gehuld in blauw licht. Mij werd toegestaan haar sfeer binnen te gaan. Ze straalde vreugde en genade uit. Wij omarmden elkaar met een glimlach.’

Over de tweede cranio-sacraal sessie schreef Irene: ‘De laatste keer tijdens een cranio-sacraal sessie openden wij de elfde sefira van mededogen door de punten met elkaar te verbinden, de pijn van de weggezonden niet erkende vrouwen en de pijn van alle moeders die niet bij machte waren om hun kinderen te beschermen… Ik vraag mij af wat er dit keer zal gebeuren. Mijn innerlijk goddelijk kind wil aandacht, het kind dat zichzelf uit liefde wegstuurde omdat de sfeer in huis en de energie van de kampen anders haar dood zouden hebben betekend. Vandaag zal het gaan om het omdraaien van de twaalfde sleutel van vreugde, verbonden aan de dertiende sefira van genade.’

En: ‘Over mijn hart vormt zich een Davidster, met in het centrum mijn innerlijk kind (vreugde). Vandaar vertrekt een navelstreng, van deze plek naar de Zon en de Grote Galactische Zon. Het is waar de thymus gelokaliseerd is, daar vormt zich een gouden streng. Via deze streng kunnen we ons voeden met goddelijk manna om onze goddelijke essentie te worden. Ons zuiver hart van het innerlijk kind is de heilige verbinding met onze goddelijke essentie. Op deze plek is de dertiende sefira geopend: genade.’

Bij het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Foto: Irene.

Deze weg via de elfde, de twaalfde en de dertiende sefira is de ontbrekende kabbalistische formule. Door het ontbreken ervan is de Kabbala zoals die in een recente expositie in het Joods Historisch Museum in Amsterdam centraal staat een steriele aangelegenheid geworden. Het gaat om studie van oude teksten, niet om de vraag hoe de vonk ontstoken kan worden om de Levensboom in vuur en vlam te zetten. Verbazingwekkend is dit niet. Er is op religieus gebied altijd veel manipulatie en geweld geweest. Daardoor is ook de vrouwelijke Messias of de vrouwelijke Christus in het jodendom en het christendom uit beeld verdwenen. Inmiddels is zij weer terug, zoals dat in een recente boodschap van de profeet Henoch werd verkondigd. Judith bevond zich in januari van dit jaar met vier andere vrouwen in een vredesvallei in Arkansas toen zij hoopvolle woorden van Henoch ontving:

‘Zij is de Gezalfde (de Messias), want zij heeft de Eeuwen doorstaan. Nu rijst zij als een zon op in de hemelen en straalt zij met glorie. De Gezalfde is teruggekeerd. Zij heeft haar voeten gezet op heilige grond, zij wandelt in het heilige land van de Voorouders van Licht. Zij is de spirit in de Heilige Orde van Licht. Zij is de Bron van de Sjechina die licht naar de wereld brengt.’

De Sjechina is in de Kabbala de aanwezigheid van God in de wereld en verbonden met de tiende sefira. Henoch vervolgde: ‘De Gezalfde verlicht de wereld daar zij het Nieuwe Jeruzalem is die die machtige naties vol glorie op aarde geboren doet worden om de Zegels van de Ouden te openbaren en een manifestatie voort te brengen van de Heilige Elohiem van Licht. De Gezalfde daalt af in de werelden, in de schoot van vrouwen om geboren te worden uit licht.’

Wij zijn volgens Genesis geschapen naar het beeld van de Elohiem die het Licht van Creatie vormen. Blijkbaar wordt hun werkzaamheid nu versterkt door de Gezalfde. Een meer troostrijke profetie is nauwelijks denkbaar. Nu zal er vrede op aarde komen. De heilige tegenwoordigheid van de vrouwelijke Messias zal in de tempels gekend worden en in eenvoudige huishoudens gevoeld worden bij mensen die met geloof, vertrouwen en hoop leven. Zij is het Nieuwe Jeruzalem waarvan de muren uit stenen van licht bestaan:

‘De muren van het Nieuwe Jeruzalem zullen de nieuwe tempel van Salomo zijn gebouwd uit vrede via de harten en zielen van hen die liefde vieren, van hen die het licht vieren in de ogen van ieder kind. Deze profetie van vrede zal bekend blijven door de Eeuwen van de mensheid heen. Aldus is zij op deze dag van licht ontvangen in voorbereiding voor de manifestatie van de goddelijkheid van liefde.’

Hierbij heb ik het slot van de profetie enigszins ingekort om minder te hoeven uitleggen. Het is nu 2019 en we gaan hoopvolle jaren tegemoet omdat we in het goddelijk ritme terecht zijn gekomen van universele Eenheid. Ieder moment dat wij ademen is nu een moment van liefde met een doel voor ons bestaan. Dit is wat Maria Magdalena zes jaar terug liefde zonder grenzen heeft genoemd. Wij zouden als kinderen van God in staat zijn om te leven en lief te hebben zonder elkaar schade te berokkenen. Dat zou genade zijn. En dat gaan we nu beleven als we voor het nieuwe ritme open staan.

Herbert van Erkelens