Naar een planetaire renaissance

Het heeft lang geduurd voordat de inzichten van Wolfgang Pauli in de belangstelling kwamen te staan. In de natuurkunde worden ze genegeerd. Klaas van Egmond, faculteitshoogleraar geowetenschappen aan de Universiteit Utrecht, heeft het mensbeeld van Rudolf Steiner en dat van Jung en Pauli gebruikt om een antwoord te ontwikkelen op de huidige crisis in de wereld. Dat heeft hij uitgewerkt in zijn boek Een vorm van beschaving (2010). Onlangs is hij vanwege een initiatief van de Franse president Macron begonnen aan een project om een moreel kompas te ontwikkelen voor een wereld waarin een perfecte storm waait. In zijn nieuwste boek over een nieuwe Europese renaissance gaat het net zoals bij Jung om de zoektocht naar het genezende midden.

Van Egmond heeft zijn nieuwe boek Homo Universalis. Moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance ten doop gehouden in het Teylers museum te Haarlem op de vijfhonderdste sterfdag van Leonardo da Vinci. Een kleine berekening leert dat Leonardo op 2 mei 1519 is gestorven. Merkwaardig genoeg is 1519 ook het jaar dat de ondergang van de inheemse culturen in Midden-Amerika inluidde. De Spaanse veroveraar Hernán Cortés zette op Goede Vrijdag 1519 met 600 soldaten en 16 paarden voet aan land in Yucatan. Zijn leger zou binnen korte tijd het rijk van de Azteken ten val brengen. De missionarissen die in zijn kielzog naar Midden-Amerika kwamen zouden hun best doen de cultuur van de Maya’s te vernietigen. Praktisch alle codices die schriftelijk verslag deden van hun bijzondere kijk op de samenhang van de aarde en de kosmos gingen in vlammen op. Deze gang van zaken was voorzien in de voorspelling dat er vanaf 1519 negen hellen van ieder 52 jaar zouden aanbreken. De Amerikaan Tony Shearer die zich vanaf de jaren zestig intensief met de erfenis van de Azteken en de Maya’s had beziggehouden berekende op een vreemde manier dat op 16 augustus 1987 de negen hellen waren afgelopen. De dag daarop zouden de dertien hemelen beginnen.

De vraag die in dit verband bij mij opkomt is of er wel een Europese renaissance mogelijk is zonder andere werelddelen daarbij te betrekken. De Europese cultuur is er een van hoogtepunten en diepe dalen. En nu zijn we dan in een perfecte storm terechtgekomen. Van Egmond schetst hoe in onze tijd verschillende, zeer ongunstige ontwikkelingen gelijktijdig bij elkaar gekomen zijn. Het sterk materialistische consumptiepatroon heeft een ecologische crisis veroorzaakt. De ontbossing op aarde gaat maar door, hoewel bossen ons de zuurstof leveren die wij dienen in te ademen om te kunnen leven. In vergelijking met veel andere landen in de wereld is het Westen rijk wat grote migratiestromen naar onze kant in beweging brengt. Overbevolking, oorlog, armoede en honger vormen hiervan de motor. Tegelijkertijd eigenen rijke landen zich steeds meer landbouwgrond en grondstoffen van arme landen toe. Er is een nieuwe vorm van kolonialisme ontstaan. Regeringen hebben geldschepping in handen van private banken gegeven die dermate onverantwoord daarmee zijn omgesprongen dat regeringen en daarmee de belastingbetaler diverse banken van de ondergang moesten redden tijdens de financiële crisis die in 2008 was begonnen.

Dit zijn maar een paar elementen uit de perfecte storm die Van Egmond signaleert. Hij laat op schitterende wijze zien dat de oorzaak van deze problemen voor een belangrijk deel in de fragmentatie van ons maatschappelijk waardepatroon gevonden kan worden. Er ontbreekt een moreel kompas en dat kompas denkt Van Egmond te hebben gevonden in de zoektocht naar het genezende midden waar de tegenstellingen bijeenkomen. Ook is hij zeer onder de indruk van de Homo Universalis, de Vitruvius-man die Leonardo da Vinci heeft afgebeeld in een vierkant en een cirkel. Vermoedelijk had Da Vinci in zijn achterhoofd ook de pogingen in de wiskunde om een maat te vinden voor de omtrek en de oppervlakte van de cirkel. Wij kennen de omtrek van de cirkel nu als 2πr waarbij r de straal van de cirkel is en π een getal is dat met 3 begint en in decimale ontwikkeling een oneindig aantal cijfers achter de komma kent. Er zit geen regelmaat in die oneindige reeks. Het getal π is een transcendent getal. Van Egmond heeft uitgezocht dat dit getal ook in een portret van Shakespeare verborgen zit. Het is een bekend portret dat is afgebeeld op de titelpagina van First Folio uit 1617, de eerste verzameling van toneelstukken die aan Shakespeare worden toegeschreven. Het hoofd lijkt boven het lichaam te zweven. En als je dat corrigeert komt π tevoorschijn.

Wat ik zelf over π te weten ben gekomen is dat dit getal de poging van de westerse cultuur symboliseert het transcendente te willen vatten in een maat die aan het aardse vierkant is ontleend. De bedoeling was om een vierkant te tekenen met hetzelfde oppervlakte als een cirkel met straal r = 1. Het ging om de kwadratuur van de cirkel. Het blijkt een onmogelijke opgave te zijn om dit met passer en liniaal voor elkaar te krijgen. De oppervlakte van de cirkel is gelijk aan π en dat getal vormt geen oplossing van een algebraïsche vergelijking. Eigenlijk staat nooit iemand hierbij stil, maar onze wiskunde is ondenkbaar zonder het getal π. Je komt het getal vaak tegen in sommen van oneindige reeksen die naar een eindige waarde convergeren. Maar dat betekent nog niet dat we met onze wiskunde alles kunnen vatten. De verdeling van priemgetallen te midden van de gewone getallen vormt een vraagstuk dat grotendeels is opgelost op een klein detail na. Een priemgetal is een getal dat alleen door één en door zichzelf deelbaar is. Het getal één is hiervan uitgezonderd. Het kleine detail dat nog opgelost dient te worden is een vermoeden van Bernhard Riemann uit 1859. Je kunt een miljoen dollar verdienen als je dit vermoeden weet te bewijzen. Maar dat is nog niemand gelukt.

In de Jungiaanse psychologie wordt een cirkel een mandala genoemd. Pauli was theoretisch fysicus en Nobelprijswinnaar die voortdurend droomde dat hij als antwoord op de nucleaire dreiging op zoek moest gaan naar de cirkelvorm. Uiteindelijk kwam hij bij een ring uit die tevens het hart van de kwantumfysica vormt. Hij moest zich de diepere betekenis van die ring realiseren. Van Egmond schrijft dat het al vaak is opgemerkt, onder meer door Pauli, dat het geheel bestaat uit delen die om een midden cirkelen. Dit zou voor meerdere niveaus gelden: ‘Zo is het zonnestelsel weer een onderdeel van een groter geheel, het Melkwegstelsel, dat op zijn beurt weer bestaat uit een Melkwegcentrum waar alle zonnestelsels omheen draaien. Het midden maakt daarbij tegelijkertijd deel uit van een rotatie op een hoger niveau. In vele godsdiensten wordt aan deze centra een hoger niveau van bewustzijn toegedacht. Zo werd het Christusbewustzijn vaak toegeschreven aan de zon, en het nog hogere goddelijk bewustzijn aan het midden van ons melkwegstelsel.’ (Egmond, 2019, pp. 104-105)

In de laatste zin staat een verschrijving die ik heb gecorrigeerd. Dit is wat Van Egmond had willen zeggen. Want in Een vorm van beschaving verwijst hij naar de afbeelding van de Christusfiguur op Keltische kruisen. Daarbij stelt Christus de Zonnelogos voor. De Maya’s noemen het centrum van de Melkweg Hunab K’u, een begrip dat vaak wordt vertaald als de ene schenker van beweging en maat. Als de zon naar solair bewustzijn en het galactisch centrum naar galactisch bewustzijn verwijst, komen we in de Jungiaanse psychologie echter bewustzijnsniveaus tekort. Hetzelfde geldt voor de natuurkunde. Voor het begrijpen van de bewegingen in de kosmos is een hoger bewustzijn nodig dan voor het ontwikkelen van de kwantumfysica is gebruikt. Bij de kwantumfysica ging het om het raadsel van het atoom, terwijl de aandacht nu is gericht op de rol van zwarte gaten in het heelal. Zwarte gaten volgen uit de tien veldvergelijkingen van Einstein. Vroeger dacht ik dat die vergelijkingen uit de algemene relativiteitstheorie het heelal als geheel regeerden. Maar het blijkt al lastig om daarmee de bewegingen in melkwegstelsels te beschrijven. Zelf ben ik ervan overtuigd geraakt dat voorbij de algemene relativiteitstheorie van Einstein een mysterieuze kracht werkzaam is die we in natuurkundig opzicht nog nader moeten leren kennen.

Als ik naar de eerdere dromen van Pauli kijk, dan zie ik dat het niet alleen om de omcirkeling van het midden gaat. Op 32-jarige leeftijd had hij een visioen van een wereldklok met twee cirkels. De horizontale cirkel was in vieren gedeeld en er stonden vier mannetjes op die ieder een pendel in de hand hielden. Maar er was ook een blauwe verticale cirkel met een wijzerklok die langs een rand ging die in 32 secties was verdeeld. Volgens Jung had deze verticale cirkel met het vrouwelijke principe te maken, met de kleur blauw van de diepte van de zee en de hoogte van de hemel. De 32 secties verbond hij met de 32 paden van licht uit de traditionele Kabbala. Pauli stamde via zijn vader af van een joodse familie uit Praag.

Misschien hebben we in onze tijd de verticale dimensie wel even hard nodig als de horizontale. Toen René Descartes opgroeide in een tijd dat de waarheid van de kerk in twijfel was getrokken, ervoer hij innerlijk een storm. Daarop droomde hij dat hij alleen overeind kon blijven door om zijn eigen as te draaien. Het is deze as die bepaalt waar het midden zich bevindt. In het toneelstuk The Tempest van Shakespeare is het voor Prospero niet zo moeilijk om het midden te vinden, want de storm woedt om een eiland heen. Hij trekt een cirkel en dat betekent dat hij weet waar het midden is. De Vitruvius-man van Leonardo staat rechtop. De man is zelf het verticale principe. De natuurfilosoof Agrippa van Nettesheim heeft in 1533 zijn Vitruvius-man binnen een pentagram afgebeeld.

Een keer ben ik op zoek gegaan naar de betekenis van het pentagram in graancirkels. Op 14 juli 2001 was bij Chilbomb Down een graanformatie verschenen gebaseerd op de vijfpuntige ster. Het lukte mij om in het archief van het medium Judith Moore een duiding te vinden. Het pentagram zou een oud symbool voor de mensheid in balans met de kosmische krachten zijn. In de Chinese geneeskunst is deze balans bekend als de wet van de vijf elementen. In de Vitruvius-man zijn vier elementen vertegenwoordigd door de twee handen en de twee voeten. Het hoofd met de kruinchakra staat als vijfde element voor de verbinding met goddelijke leiding. Maar je kunt het pentagram ook 180º draaien. Dan wijst de kruinchakra naar beneden naar de onderwereld. Dat heeft de westerse cultuur sinds de renaissance gedaan. De communicatie met hogere dimensies werd stopgezet. Daarmee werd de balans met de wereld van elementen verstoord. Letterlijk stond er bij Judith: ’De mensheid heeft oorlog gevoerd met de wereld van de elementen en met de planeet zelf die het leven zoals jullie kennen steunt en onderhoudt. Dit heeft geresulteerd in een ecologische catastrofe.’

Die catastrofe bedreigt ons meer dan de klimaatverandering die zo centraal in de politieke discussie staat. De sleutel tot klimaatverandering ligt bij de oceanen die altijd al de aarde gestuurd hebben in de richting van daling- of stijging van de zeespiegel, ook toen er nog zo weinig mensen waren dat die zekere geen invloed op het klimaat hadden. Wat de mensheid echt gevaarlijk maakt is de vervuiling en de wereldwijde aantasting van de natuur. Onze landbouwmethoden putten de grond uit en hebben in West-Europa tot een enorme reductie van de hoeveelheid insecten en tot een enorme verschraling van de plantenrijkdom geleid. De reden is eigenlijk eenvoudig. We hebben niet alleen de verbinding met het hogere, maar ook met de natuur verloren. Dit laatste is een erfenis van de kerstening van Europa. Heidense gebruiken werden in de ban gedaan, ook al waren ze voor een agrarische samenleving zinvol. De heilige eik van Wodan werd omgehakt. Een tijdje hielden de heidense goden nog stand in verbinding met de Romeinse planeetgoden. Maar nadat Isaac Newton had laten zien dat het zonnestelsel werd geregeerd door de zwaartekracht, verdwenen die planeetgoden samen de astrologie uit het officiële wereldbeeld.

En wat wil nu het geval? De natuurkunde slaagt er niet in om de bewegingen in ons melkwegstelsel te verklaren. Daar waar de zwaartekrachtstheorie van Newton geldig had moeten zijn faalt ze. Vanaf een zekere afstand tot het galactisch centrum lijkt het alsof de sterren in onze Melkweg op een schotel zitten vastgelijmd die in 230 miljoen jaar ronddraait. Dat betekent dat sterren aan de rand van de schotel veel te snel ronddraaien om door de zwaartekracht te worden vastgehouden. Dit vreemde gedrag geldt voor ieder melkwegstelsel. Natuurkundigen lossen dit op door aan te nemen dat er in het heel grote hoeveelheden donkere materie te vinden zijn die voor de extra benodigde zwaartekracht zorgen. Donkere materie is materie die geen wisselwerking vertoont met licht. Nog nooit heeft iemand een deeltje donkere materie in een experiment aangetoond en er zijn ook van de kant van de sterrenkunde aanwijzingen dat donkere materie helemaal niet bestaat. Wat is dan die kracht die de diverse zonnestelsels in onze Melkweg zo fraai doet ronddraaien?

Dat is een kracht die op een hoger frequentieniveau functioneert dan we kennen. We begrijpen waarom de planeten rond de zon draaien. We denken dankzij de kwantumfysica te begrijpen wat er in een atoom of een atoomkern gaande is. Maar Pauli droomde jarenlang dat de kwantumfysica onvolledig is en aangevuld dient te worden met een stuk fysica dat tegelijkertijd dieptepsychologie zou zijn. Het zou best eens zo kunnen zijn dat die onbekende dimensie voorbij de kwantumfysica ook een verklaring biedt door de bewegingen in de kosmos. Klaas van Egmond gaat er vanuit dat die bewegingen een betekenis hebben. En dat is in de dromen van Pauli ook het geval. De Maya’s hebben daarbij een tijdrekening ontwikkeld die de bewegingen in de Melkweg koppelt aan bewustzijn. De sterren zitten op een schotel vastgelijmd om ervoor te zorgen dat diverse buitenaardse beschavingen met elkaar dezelfde tijdmaat delen. En dat is alleen maar van belang als die beschavingen met elkaar kunnen communiceren.

East Field. Alton Priors. 21 augustus 2005. Foto: Lucy Pringle.

Ze communiceren ook met ons en wel via graancirkels. Van Egmond heeft verschillende zomers besteed om het ontstaan van graancirkels fotografisch vast te leggen. Maar die graancirkels ontstonden in de regel pas als hij zijn apparatuur weer had opgeruimd. In 2005 verscheen er een fraaie graancirkel op het East Field bij Alton Priors twee weken nadat de hoogleraar naar huis was gegaan. De graancirkel liet een scarabee zien, een symbool van wedergeboorte. In juli was op het East Field een graanformatie met elf cirkels verschenen. Volgens De Taal van Graancirkels van Judith Moore en Johan Keijser was die graanformatie de elfde in een reeks die bedoeld was om de effecten tegen te gaan van het trauma van de Tweede Wereldoorlog, de Koreaanse oorlog en de bezetting van Tibet door China. Vanwege dit trauma zou de aarde op een koers naar onvermijdelijke vernietiging reizen.

De eerste in de reeks van elf was in 1952 verschenen. Er zat een heel plan achter dat door de cirkelmakers was uitgedokterd. Deze cirkelmakers hielden in 2005 ook het groepje onderzoekers in de gaten dat in een oude pub, de Black Horse, bijeenkwam voor een gezamenlijk etentje en voor een discussie over het verband tussen de Maya’s en de Egyptische cultuur. In The Tutankhamun Prophecies van Maurice Cotterell stond in dit verband een scarabee afgebeeld die de zon, de aarde en het magnetisch veld daartussen weergaf. Vandaar dat Van Egmond zijn artikel ‘Graancirkels aan de rand van de wetenschap’ (Prana, nr 156) met een foto van de scarabee op East Field besloot. Uit De Taal van Graancirkels maak ik op dat het project met de elf graancirkels ervoor had gezorgd dat de Aarde gegarandeerd een veilige doorgang door de poorten in de tijd had gekregen. Hierdoor kon de Hemel op Aarde wakker gemaakt worden. En de scarabee uit augustus 2005 bevestigt dit. Hoewel er nu nog een perfecte storm op aarde waait, gaan we een planetaire renaissance tegemoet.

Herbert van Erkelens

17 juni 2019

Klaas van Egmond, Homo Universalis. Moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance. Amsterdam: De Geus, 2019.