Een welwillende kwantumhand

Ooit ben ik natuur-, wis- en sterrenkunde gaan studeren om het geheim van de kosmos te kunnen doorgronden. Maar in het eerste jaar van mijn studie leerde ik de dromen van theoretisch fysicus Wolfgang Pauli kennen die hij rond zijn 32e had gehad. Carl Gustav Jung had die gepubliceerd in Psychologie und Alchemie. De serie dromen eindigde met een groot visioen, het visioen van de wereldklok. Door dit visioen begon ik eraan te twijfelen of de natuurkunde wel in staat zou zonder dromen en visioenen tot het raadsel van de tijd door te dringen. In juni 1972 leerde ik het boek Zahl und Zeit van dieptepsychologe Marie-Louise von Franz kennen dat een poging was dieptepsychologie en natuurkunde nader tot elkaar te brengen.

Hoewel Von Franz heel goed op de hoogte was van de latere dromen van Pauli had zij een bepaald symbool dat de verbinding tussen kwantumfysica en dieptepsychologie vormt nooit gepubliceerd. Zodoende duurde het tot september 1989 voordat ik dat symbool uit het wetenschapshistorisch archief van de ETH (Eidgenössische Technische Hochschule) in Zürich tevoorschijn haalde. Het ging om een ring die een belangrijke rol speelde in een actieve imaginatie van Pauli die de Pianoles heet. Hij kreeg de ring in dat verhaal aangereikt van een Chinese dame. De ring betekent het vierde en het tijdloze dat naast het drietal verleden, heden en toekomst van belang is.

Het bleek dat Pauli in zijn dromen werd opgedragen naar een wijdere fysica op zoek te gaan die ook het onbewuste omvatte. Hij kwam een heel eind. De Chinese dame leerde hem dat de wereld muziek is. Een mannelijke gestalte die sprekend op de tovenaar Merlijn leek wilde toegelaten worden tot de ETH. Hij stond voor magie en voor het verschijnsel synchroniciteit. Pauli noemde hem de meester en beloofde hem om magie met de moderne fysica in verbinding te brengen. Daarvoor had hij die ring nodig, maar hij deed er niets mee en vijf jaar later stierf hij aan kanker.

Inmiddels zijn we zestig jaar verder en in die tussentijd heeft de natuurkunde in haar ontwikkeling niet stil gestaan.  Dankzij deeltjesversnellers werden tal van nieuwe elementaire deeltjes ontdekt waarvan het bestaan verklaard kon worden via drie theorieën die kwantumfysica en relativiteitstheorie in zichzelf verenigen. Langs die weg werd de basis gelegd voor een dieper begrip van elektromagnetisme, de zwakke en de sterke kracht. De zwakke kracht is onder meer verantwoordelijk voor radioactiviteit, terwijl de sterke kracht de protonen en neutronen in een atoomkern bijeenhoudt. Nu zijn de inspanningen erop gericht een kwantumfysica van de zwaartekracht te ontwikkelen. Daartoe dienen de principes van de kwantumfysica verenigd te worden met de algemene relativiteitstheorie van Einstein die zwaartekracht beschrijft als de kromming van ruimte en tijd.

Carlo Rovelli is een theoretisch fysicus die zijn leven heeft gewijd aan een bepaalde theorie die lus-kwantumzwaartekracht heet. In De werkelijkheid is niet wat ze lijkt legt hij uit hoever die theorie is gekomen om de problemen tot een oplossing te brengen die in de algemene relativiteitstheorie schuilgaan en met het begin van de tijd en het inwendige van zwarte gaten te maken hebben. Hij beseft daarbij dat er nog veel is wat we niet weten. Onze onwetendheid zou oneindig kunnen zijn. Daarover merkt hij op:

‘Onwetendheid kan angst inboezemen. Uit angst kunnen we elkaar een verhaal vertellen dat ons geruststelt, iets dat onze ongerustheid wegneemt. Voorbij de sterren ligt een betoverde tuin met een lieve vader die ons in zijn armen zal sluiten. Het doet er niet toe of dat waar is; we kunnen besluiten dit geruststellende verhaal te geloven, maar dat beneemt ons de lust om te leren.’

Rovelli geeft er de voorkeur aan om niet in sprookjes te geloven, maar onze onwetendheid onder ogen te zien. De vraag is hoe lang we wetenschap en religie nog kunnen blijven scheiden. Als Stephen Hawking meende dat God op grond van zijn natuurkundige inzichten niet bestond, dan zou je omgekeerd ook kunnen zeggen dat die natuurkunde niet deugt, omdat zij geen deugdelijke reflectie van ons godsbeeld vormt. Vaak gaan wetenschappers die zich als atheïsten beschouwen uit van een godsbeeld dat ook los van wetenschappelijke inzichten al ongeloofwaardig is. Zelf heb ik mij verdiept in boodschappen, afkomstig van een engel die zich Kryon noemt en via Lee Carroll met de mensheid communiceert.

Kryon heeft al in het eerste hoofdstuk dat onder zijn naam in 1993 werd gepubliceerd aangegeven dat wij onszelf ernstig tekort doen als we ons in de wetenschap beperken tot het fysieke en het mentale en het spirituele buiten beschouwing laten: ‘Wat jullie missen is de balans met het spirituele deel dat jullie wetenschap in staat zal stelen op een spectaculaire wijze een stap voorwaarts te zetten wanneer jullie deze balans bereiken. Als de mensheid in de komende jaren voorwaarts gaat, zal aan jullie de gelegenheid worden gegeven om de resultaten te zien van het huwelijk van het fysieke, het mentale en het spirituele om echte wetenschap te bereiken. Jullie hebben momenteel geen echte wetenschap, alleen tweedimensionale wetenschap, geen universele wetenschap.’

Zelf was ik betrokken bij zo’n gelegenheid. Uit het archief van de ETH waren de dromen van Pauli tevoorschijn gekomen. Die vertelden dat de natuurkunde enkel een eendimensionale doorsnede beschreef van een tweedimensionale meer zinvolle wereld die ook het onbewuste omvatte. Die dromen hadden een belangrijke doorbraak kunnen vormen, maar ze werden maar door een enkele natuurkundige serieus genomen. En nu zitten we 28 jaar later met de gebakken peren. De Large Hadron Collider in het onderzoekscentrum CERN heeft de laatste zes jaar nog geen resultaten geboekt die tot een herziening van de huidige natuurkunde zouden kunnen leiden. Maar die herziening is wel nodig, omdat het universum met de algemene relativiteitstheorie van Einstein niet begrepen kan worden.

Op grond van de Pianoles van Pauli kan ik gemakkelijk zien wat er aan de hand is. De Chinese dame uit zijn dromen had de theoretisch fysicus de ring van liefde geschonken om hem eraan te herinneren dat het tijdloze de eigenlijke verbinding met het geheel vormde. En wat doen natuurkundigen? In alle boeken over moderne kosmologie worden de gebeurtenissen die in het universum worden waargenomen begrepen via een kader van lineaire tijd en wel in termen van een oerknal en een evolutie van miljarden jaren. Zouden de fysici de Pianoles hebben gekend, dan zouden zij weten dat ook het tijdloze ertoe doet en dat er een vrouwelijk muzikaal element zit ingebakken in de kosmische code die ze onderzoeken. Er is met andere woorden een ontbrekend stuk fysica. Maar hoe die te vinden, daarvan hebben ze geen idee.

Zelf heb ik in december 2012 gedroomd dat de hand van God is afgehakt. Dat is onder meer in de natuurkunde gebeurd. De hand van God in de schepping werd niet langer gezien. Wel werd geconstateerd dat de natuurwetten op een dergelijke manier op elkaar zijn afgestemd dat in ons universum leven heeft kunnen ontstaan. Christelijke natuurkundigen spreken in dat verband van een intelligent ontwerp. Zij durven nog wel op zoek te gaan naar een bedoeling achter al die onthutsende verschijnselen die in het heelal worden waargenomen.

Volgens de oudtestamentische wijsheid-boeken is de goddelijke wijsheid mensvriendelijk. God is in die oude boeken van meer dan 2000 jaar terug echt niet die straffende of oordelende instantie die hij in andere delen van de bijbel wel is.  De term die Kryon gebruikt is welwillend. In april 2011 merkte Kryon op: ‘Overal waar sterrenkundigen kijken blijkt het heelal tegen alle verwachting in voor leven ontworpen te zijn. Zij hebben daarvoor de term “intelligent ontwerp” gebruikt. Ik gebruik de term “welwillend ontwerp.” En ik zal jullie vertellen dat de energie die de zonnestelsels van jullie melkwegstelsels aan elkaar lijmt, een gigantische kwantumhand is die op alle melkwegstelsels van jullie heelal werkzaam is als de hand van God. Het is een welwillende kwantumhand.’ (Kryon, Edmonton, april 2011)

 In The New Human uit 2017 brengt Kryon ook synchroniciteit in relatie tot welwillendheid: ‘Synchroniciteit is altijd in beweging, is dynamisch; afhankelijk van hoe vaak je luistert naar het intuïtieve potentieel dat jou gegeven is. Er zullen altijd mensen voor jou zijn om te ontmoeten. Er zullen altijd goede dingen beschikbaar zijn. Synchroniciteit is een welwillende energie ontworpen om jou te helpen.’

Daarmee werd de relatie tussen kosmologie en synchroniciteit mij duidelijk. Ook in de kosmologie is er censuur. De censuur schrijft voor dat de gebeurtenissen in de kosmos via een kader van lineaire tijd dienen te worden begrepen in termen van een oerknal en een evolutie van miljarden jaren. Zouden de fysici de Pianoles hebben gekend, dan zouden zij weten dat ook het tijdloze ertoe doet en dat er een vrouwelijk muzikaal element zit ingebakken in de kosmische code die ze onderzoeken. Er is met andere woorden een ontbrekend stuk fysica. En dat zou best eens de welwillende hand van God kunnen zijn. Het gaat in dat geval om een energie die wij als vrouwelijk typeren, omdat zij meedogend, welwillend, mensvriendelijk en gericht op leven is. Als we die hand afhakken, is er geen verbinding meer. We komen in een zinloos heelal terecht dat haar bestaan dankt aan een oerknal en door blind toeval en niet door een zachte hand wordt geleid.

Herbert van Erkelens