De wederopstanding van Maria Magdalena

Vanaf 5 juni jl. staat in het Museum Catharijneconvent in Utrecht de vrouw centraal die ik tien jaar terug in mijn leven heb toegelaten: Maria Magdalena. Drie maanden heb ik gewacht voordat ik met mijn vrouw Inge deze schitterende tentoonstelling heb bezocht. Het gaat volgens conservator Lieke Wijnia om de wederopstanding van een gevallen vrouw. Ooit had zij in de Roomse kerk de eretitel ‘apostel onder de apostelen’ gekregen, daarna werd zij weggezet als prostituee of boetvaardige zondares. Maar nu is zij volop in ons bewustzijn terug. Zij is de dertiende apostel en kroongetuige van de opstanding van Jezus. Haar feestdag 22 juli wordt opnieuw gevierd. En ze is met heel andere beelden teruggekeerd in de moderne kunst en de popcultuur. Het meest grappige zijn wel de zes tekeningen van Chantal Breukers met momentopnamen van een dans tussen Maria Magdalena en Jezus Christus.

Natuurlijk hebben we deze wederopstanding grotendeels te danken aan Dan Brown die in 2003 met zijn ‘De Da Vinci code’ een nieuw zicht op Maria Magdalena aan een miljoenenpubliek presenteerde. Die had hij ontleend aan ‘Het heilige bloed en de heilige graal’ van Michael Baigent, Richard Leigh en Henri Lincoln. Deze auteurs hadden in 1982 op grond van weinig bewijsvoering naar voren gebracht dat Maria Magdalena tijdens de kruisiging van Jezus zwanger moet zijn geweest. Door een dochter te baren zou zij in Zuid-Frankrijk een heilige bloedlijn hebben voortgezet die door de priorij van Sion werd beschermd. Deze bloedlijn zou de eigenlijke heilige graal zijn.

Door hierbij ook de vroege, gnostische bronnen van het christendom te betrekken heeft Dan Brown een versie van Maria Magdalena neergezet die ik aanvankelijk tamelijk ongeloofwaardig vond. Maar in ‘De Maria Magdalena Code’ van Gabriela en Reint Gaastra-Levin was Maria Magdalena zelf best te spreken over de thriller van Dan Brown. Zij vond het ook een eer dat haar baarmoeder als de Heilige Graal werd gezien omdat zij daarin het nageslacht van Jezus had ontvangen. Zij zou vier kinderen hebben gehad van wie er drie de heilige bloedlijn verder hadden verspreid. Haar kinderen en kleinkinderen zouden DNA in de menselijke genetische code hebben ingebracht ‘waarvan het ervaren van eenheid en het ontwaken van het Christusbewustzijn in het hart volledig geactiveerd waren.’

Robert Langdon en Sophie Neveu voor de Mona Lisa

Dat laatste wist Dan Brown niet en ook in de filmversie uit 2006 blijft het onduidelijk wat de betekenis van de bloedlijn zou kunnen zijn. Sophie Neveu die aan het slot van de film te weten komt dat ze afstamt van Jezus en Maria Magdalena moet helemaal zelf zien uit te zoeken wat dat voor haar betekent. Robert Langdon, hoogleraar kunstgeschiedenis en symboliek, laat Sophie alleen omdat hij het zelf ook niet weet. Pas bij Gabriela en Reint begon het mij te dagen dat een bloedlijn een manier was om een belangrijke inhoud over de wereld te verspreiden. In De Taal van Graancirkels van Judith K. Moore en Johan Keijser werd dit bevestigd:

‘De ware Graal bevindt zich in het DNA. De ware beker van de Graal is een mystieke kracht die de mensheid wakker maakt. Hij wordt gecodeerd gevonden in de 1313 DNA code. Hij is even krachtig als de Ark van het Verbond; daarom was hij tot nu toe verborgen voor degenen die misbruik zouden maken van de kracht die hij bevat.’

Op de tentoonstelling over Maria Magdalena heb ik niets gelezen of gehoord over dit 1313 DNA. Maar in een appendix in ‘De Taal van Graancirkels’ wordt het nader toegelicht: ‘De Heilige Graal is de blauwdruk voor de nieuwe schepping. Het Heilige Graal DNA is het volledig ontwikkelde 1313 DNA. Het is de trilling van zuivere liefde van goddelijke schepping die het goddelijk plan vergroot en de lichtcodes voltooit om te ontwikkelen tot de volle dertien strengen van DNA.’

De Orde van de Roos

Wie zou Maria Magdalena zijn zonder Jezus? Voor mij is zij de geliefde van Jezus en de moeder van zijn kinderen. Dat maakt haar in mijn ogen een stuk minder mysterieus. Zij is net zoals Moeder Maria een moeder. Maar zij heeft vanwege de gevaren die haar kinderen bedreigden alleen Sara, haar oudste dochter, grootgebracht. De andere kinderen werden ondergebracht bij pleegouders. Die wisten dan niet wie hun echte ouders waren en dat was de beste beveiliging gedurende de prille jaren van hun leven.

Volgens de gegevens van Judith waren er meer dan vier kinderen. Er waren drie zoons en vier dochters. Uit een boodschap van Maria Magdalena over die dochters maak ik op dat zij Sara, Iesha, Miriam en Shashara moeten hebben geheten. Shashara is eigenlijk de naam van de Ethiopische moeder van Maria Magdalena. Die moeder was in het leven teruggekeerd als haar jongste dochter die zo hooggevoelig of autistisch was dat zij niet in de mensenwereld kon leven, maar op een afgelegen plek in de bergen bij Carcassonne door twee pleegouders werd opgevoed. Sara was de oudste van de vier zusters en door Maria Magdalena zelf opgevoed. Iesha en Miriam hadden hun moeder nooit eerder ontmoet. Iesha was grootgebracht door pleegouders in Schotland en kende haar moeder enkel uit visioenen.

Miriam kende wel haar vader. In ieder geval had Jeshua haar ingewijd om hoeder te zijn van een heilige grot in Zuid-Frankrijk. De kinderen die bij pleegouders opgroeiden waren op die manier beter beschermd tegen plannen om het heilige nageslacht uit de weg te ruimen. Maria Magdalena merkte op 22 september 2017 via Judith over haarzelf en haar vier dochters op: ‘Wij zijn de elementen van Creatie. Wij zijn de (vier) hoofdrichtingen van het universum, en aan de bron van onze ziel is het hart van Zij die het vijfde element is, de mystica in de innerlijke werelden die voortdurend visioenen ziet en niet de dagen van gewone tijden kent, Shashara.’

Zij sprak hier over de eerste ontmoeting met haar dochters op een heuvel, Dun I genaamd, op het eiland Iona in Schotland. De teruggekeerde Shashara wordt ook wel Mary Rose genoemd. Deze kon vanwege haar hooggevoeligheid alleen in haar geest met Maria Magdalena meereizen, terwijl Iesha en Miriam net zoals Sara fysiek op Iona aanwezig waren: ‘Ik baarde in de wereld de voltooiing van mezelf. Elke dochter was een aspect van mijn licht en mijn ziel, en ik zag de spiegel (van mijzelf) in elk van hen. Sara, terwijl ze de mensen onderwees en diende. Miriam, terwijl ze teder een hoeder was van de heilige grot en de tempel van David. Iesha, terwijl ze zich in visioenen zag en sprak over de visioenen van licht, en Mary Rose, de mystica die buiten onze wereld leefde in het mystieke rijk van magie.

En ik keek diep in mijn hart en ik voelde het bloed door mijn aderen stromen en ik wist dat dit bloed door hun aderen stroomde. We waren een deel van elkaar, en altijd, altijd zouden we een deel van elkaar zijn. Want er was geen afstand die ons zou scheiden, geen tijd of ruimte die ons zou scheiden. Onze onsterfelijke aanwezigheid zou leven tot het einde van de dagen van Duisternis en zou gevoeld worden op de heilige plaatsen van Licht waar we verschenen.

En zo vormden we de Orde van de Roos en ik liet mijn dochters achter om elkaar te leren kennen en hun zusterschap te verkennen. Ik verliet het heilige eiland en reisde verder, want tegen die tijd was ik niet beperkt tot fysieke afstand. Ik reisde via de innerlijke gebieden naar de bron waartoe ik was geroepen. En er was niemand op deze Aarde die mij kon vinden of mijn mysterie kende, want ik bewoog zoals ik werd geroepen en ik kwam waar ik moest zijn, en degenen die bij mij kwamen kenden mij in een spiegel van dat wat de kracht van hun ziel was.’

Blik op de tentoonstelling. Foto: Lieke Wijnia.

Toekomstperspectief

Graag zou ik in de huidige toestand in de wereld het einde van die dagen van Duisternis zien. Op de tentoonstelling was dat einde al bereikt. Het was één groot feest voor de terugkeer van het vrouwelijke principe. Maar toen ik in het museumcafé zat te bladeren in het museummagazine, voelde ik de energie van Maria Magdalena zelf. Inge vroeg meteen aan mij waarom ik altijd zo’n verdriet voel als ik haar aanwezigheid bespeur. In mijn sprookje over Joël en de verloren Graalprinses kon ik dit verdriet wel duiden. Wanneer de koningin van Sheba als Zwarte Koningin in een droom van Joël verschijnt, zegt ze tegen hem: ‘Het is niet mijn verdriet dat jij voelt. Het is jullie verdriet. Ik kom, omdat ik van de mensheid houd. Dit is mijn tijd. Niets kan mij weerhouden.’

Wat zou ons verdriet kunnen zijn? Het enige wat ik kan bedenken in relatie tot de heilige bloedlijn is dat er krachten in de wereld werkzaam zijn die het ontwaken van de Graalcode tegen willen gaan, bijvoorbeeld via een pandemie en een daaraan gekoppelde mondiale vaccinatiecampagne. Ik kan aan de hand van de transmissies van Judith nagaan dat de dertiende streng DNA niet te manipuleren is. Maar je zou je kunnen voorstellen dat het mogelijk is om via een bepaald type vaccins de communicatie tussen die dertiende streng en onze lichaamscellen te verstoren. Dit hoeft niet eens bewuste opzet te zijn. Ook uit onwetendheid kan een situatie ontstaan waarbij met vaccinaties het tegendeel wordt bereikt van wat wordt beoogd.

Als ik dit heb bedacht, valt er een stuk spanning van mij af. Het kabinet heeft ervoor gekozen een bepaalde weg te gaan en zal ook onder ogen moeten zien welke consequenties die weg heeft. In mijn sprookje komt de doorbraak als Maria Magdalena kans ziet de spiegel van Magdala omhoog te houden voor zwarte ruiters die willen verhinderen dat Sara de graalsbeker naar het kasteel Camelot brengt waar koningin Guinevere de scepter zwaait. Zodra die zwarte ruiters zichzelf in de spiegel zien, verandert hun houding. En waarschijnlijk hebben wetenschappers en beleidsmakers eveneens zo’n spiegel nodig als in de nabije toekomst mocht blijken dat het massale vaccineren niet zo’n goed idee was.

Dat is wat ik de volgende dag aan Maria Magdalena voorleg en zij glimlacht naar mij alsof zij de Mona Lisa is. En zij is inderdaad de Sophia, de vrouwelijke Christus, die door de mannelijk georiënteerde Roomse kerk, gebouwd op de rots Petrus, eeuwenlang niet getolereerd werd. Blijkbaar maakt zij zich minder druk dan ik. Zij weet ook meer dan ik. Daarom heb ik haar tien jaar terug uitgenodigd om de getuige te worden van mijn weg naar heelheid. Dat wilde ze wel, maar ze ging achter de schermen ook ervoor zorgen dat bepaalde zaken in de familie tot een oplossing kwamen. Maar wie is zij nu zelf?

Op de tentoonstelling is het zo dat je die vraag alleen maar voor jezelf hoeft te beantwoorden. Maar ik heb nog een stilzwijgende afspraak met Maria Magdalena om haar afkomst uit Ethiopië te onthullen. Dat is geen eenvoudige opdracht omdat daarmee al die iconen en al die beelden van Maria Magdalena die op de tentoonstelling zijn te zien weer op losse schroeven worden gezet. Laat ik daarom maar wachten tot 10 januari 2022, als die schitterende tentoonstelling in Utrecht voorbij is. De wederopstanding van Maria Magdalena is daarmee nog niet voorbij. Er komt nog een Ethiopische Maria Magdalena die de sleutel tot de Ark van het Verbond vormt en via haar Egyptische vader afstamt van farao Echnaton en faraokoningin Nefertiti.

Herbert van Erkelens