Naar een nieuwe schepping

Op 6 november 1992 vierde ik dat ik veertig was geworden. Ik had in de dagen daarvoor een hoofdstuk voltooid van een manuscript over het leven en de dromen van theoretisch fysicus Wolfgang Pauli. Maar ik voelde mij gedeprimeerd, zelfs uitgeput. Ik was verkeerd bezig. Op 9 november werd ik wakker met de volgende droom: ‘Antwoord op Job creëert door mijn toedoen een grote rel tot en met koningin Beatrix toe.’ Dat was een opmerkelijke droom. Koningin Beatrix stond voor de goddelijke Sophia, voor het hoogste aspect van de anima, en blijkbaar had ik iets ondernomen of beter gezegd nagelaten en dat werd niet door haar op prijs gesteld. Ik besloot daarop een actieve imaginatie van Pauli te gaan uittypen die Die Klavierstunde, ofwel de Pianoles, heette. Daarin voert Pauli een dialoog met een Chinese dame uit zijn dromen die voor hem Sophia betekende.

Deze dialoog uit oktober 1953 vormde een late reactie op een droom van Pauli die hij in de nacht naar 20 september 1952 had gehad. Daarin was de Chinese dame verschenen, nadat hij de avond tevoren Jungs boek Antwoord op Job had uitgelezen. In de droom voerde zij een pantomime uit in een zaal van de Eidgenössische Technische Hochschule in Zürich waar Pauli de leerstoel voor theoretische fysica bekleedde. Pauli wist al 17 jaar lang dat de kwantumfysica onvolledig was en de Chinese dame beduidde hem dat hij daarover maar eens zijn mond open moest doen. De zaal zat vol onbekende mensen en in gepeins verzonken stapte hij het podium op. Daar hield de droom op. Het kwam niet tot een lezing.

Het was mij duidelijk dat de droom een reactie was op de herwaardering van het vrouwelijke principe dat in Antwoord op Job door Jung werd bepleit. Wat mij tegenhield om dit boek in mijn onderzoek centraal te zetten was dat het om een mythe draaide, de mythe van de mens- of bewustwording van God. Een maand eerder had ik echter gedroomd van een geleerde die van mening was dat Jung in Antwoord op Job tot de essentie was doorgedrongen. Zodoende besloot ik op 18 november om de mythe van Jung over te nemen voor mijn duiding van de dromen van Pauli. Zeven jaar later kwam ik erachter dat de bewustwording van God geen betrekking kon hebben op de hoogste godheid. Op wie van wel? Uit recente publicaties rond het Rode Boek van Jung kan ik inmiddels gemakkelijk concluderen dat Jungs mythe betrekking heeft op een godheid in wie God en de duivel één zijn. Die godheid had hij in 1916 Abraxas genoemd en als een vreeswekkende gestalte beschreven.

Het zou inderdaad voor de wereld van belang zijn als Abraxas over meer bewustzijn zou gaan beschikken. Hij was volgens gnostisch inzicht voortgekomen uit Sophia zonder dat zij zich met haar mannelijke zijde had verbonden. Hij was met andere woorden een misgeboorte. In het Apocryphon van Johannes wordt hij als volgt beschreven: ‘Hij had de gestalte van een slang met het gezicht van een leeuw, zijn ogen waren bliksemend vuur. Sophia wierp de misgeboorte ver van zich af en hulde hem in een lichtende wolk opdat hij onzichtbaar bleef. Hij had van zijn moeder grote macht gekregen. Hij copuleerde met arrogantie en verwekte 12 engelen en 360 engelachtige wezens en voorzag hen van grote macht. Al zijn schepsels dragen namen van begeerte en toorn. Zo schiep hij, de eerste heerser van de duisternis, een groot rijk.’

Abraxas is rechtsboven zichtbaar in ‘The Tower’ in het Crowley Tarot. Illustratie van Lady Frieda Harris.

Dit fragment heb ik ontleend aan het boekje  Das Thomasevangelium neu gelesen. Tao des Friedens van Renate Siefert dat dit jaar is verschenen en een nieuwe vertaling uit het Koptisch van het evangelie van Thomas bevat. Zij heeft daarbij de geheime woorden van Jezus uit dit evangelie anders gerangschikt dan in de versie die in 1945 in de woestijn bij het Egyptische Nag Hammadi is gevonden. Maar zij besteedt ook aandacht aan de wereld van de gnosis waarin de misgeboorte van Sophia een centrale rol speelt. Jung heeft van deze misgeboorte een eigen versie gecreëerd die hem in januari 1916 door de anima werd ingegeven en door zijn innerlijke gids Philemon nader werd uitgewerkt in de Septem Sermones ad Mortuos, de zeven preken aan de doden. Op de Abraxas die daarin genoemd wordt heeft de mythe van Jung primair betrekking. Maar hij werkte die uit aan de hand van citaten uit de bijbel, waardoor de god van de bijbel ineens de misgeboorte van Sophia was geworden.

Siefert heeft mij uitgelegd dat juist een domineeszoon zoals Jung gemakkelijk een angst voor God kan ontwikkelen, waardoor de goede boodschap van het evangelie helemaal niet aankomt en door iets vreeswekkends wordt vervangen. En dat was inderdaad bij Jung gebeurd. Hij had op driejarige leeftijd uit begrafenisrituelen van zijn vader begrepen dat de Here Jezus de mensen tot zich nam als zij stierven. Onbewust trok hij de conclusie dat deze een menseneter moest zijn. Vervolgens droomde hij van een afdaling in een onderaardse ruimte met een reusachtige opgerichte fallus. In die droom hoorde hij de stem van zijn moeder. Zij riep naar hem: ‘Ja, kijk maar eens goed naar hem. Dat is de menseneter!’ De kleine Carl schrok daarop wakker, klam van angst.

Het is Jung nooit duidelijk geworden wat de moeder in de droom precies bedoelde. Hij had zelf verondersteld dat Jezus een menseneter was. Maar zijn moeder kon bedoeld hebben dat niet Jezus, maar de onderaardse fallus de menseneter was. Maar ze kon ook bedoeld hebben dat de duistere Here Jezus uit zijn fantasieën in het algemeen door een fallus werd voorgesteld. In beide gevallen was Jung vanwege deze kinderdroom niet meer in staat om Jezus volop te vertrouwen. Hij had een schaduwkant van de christelijke boodschap leren kennen die alle aandacht trok. Zodoende kon hij later de verlossing van de mensheid alleen nog maar zien in de menswording van God. En die mythe had ik overgenomen zonder dat ik in mijn jeugd door een duister godsbeeld was geplaagd. Ik was niet christelijk opgevoed en had lange tijd geen enkel idee van religie. Maar nu zit ik uit te zoeken of de gnosis of Antwoord op Job ons kunnen helpen te begrijpen wat er met de wereld aan de hand is. Vermoedelijk niet. Er is nieuwe openbaring of nieuwe profetie nodig.

De huidige tijd

Toen er bij Nag Hammadi in 1945 een kruik vol gnostische geschriften gevonden werd, heeft kerkhistoricus Gilles Quispel zich ingespannen om deze bibliotheek ter beschikking te stellen van de wetenschap. Hij overtuigde Jung ervan een van de codices aan te schaffen die op de zwarte markt te koop werd aangeboden. Jung slaagde erin 18.000 Zwitserse francs bij elkaar te krijgen en verklaarde zich tevens bereid de codex aan Egypte terug te geven in het belang van wetenschappelijk onderzoek. Dankzij de goodwill die Jung daarmee in Egypte had gekweekt kreeg Quispel een fotokopie van het evangelie van Thomas ter beschikking. Daarmee vluchtte hij tijdens de Suez-crisis op een Amerikaans oorlogsschip uit Egypte. Naar eigen zeggen ging het daarbij om een van de belangrijkste ontdekkingen van de twintigste eeuw. De Suez-crisis was in 1956 en daarmee kon het evangelie van Thomas geen invloed meer uitoefenen op het denken van Jung.

Veel eerder was in 1896 een verzameling christelijk-gnostische handschriften opgedoken in Cairo op een antiquiteitenmarkt. De wetenschapper Carl Reinhardt kocht de in leer gebonden verzameling papyrusgeschriften voor het Egyptische Museum in Berlijn. Daar zat ook een onvolledige versie van het evangelie van Maria Magdalena bij. Dit evangelie was het eerste teken dat Maria Magdalena meer was geweest dan de eerste getuige van de opstanding van Jezus. De tijd was toen nog niet rijp voor een herwaardering van de rol van Maria Magdalena. Eerst moest het nieuwe millennium aanbreken. Dat begon op 1 januari 2001. Ik werd zoals zovelen opgeschrikt door de aanslagen op de VS met passagiersvoertuigen op 11 september van dat jaar. Vanwege mijn interesse voor graancirkels kwam ik zes jaar later op een website van het medium Judith Moore terecht waarop een boodschap van Moeder Maria stond als de goddelijke Moeder van Licht. Die boodschap was kort na die elfde september doorgekomen:

Geliefde kinderen, ik houd jullie teder tegen mijn hart. Geliefde kinderen, vreest niet. Bij de Bergrede zalfde mijn geliefde zoon jullie en plaatste het kristal in jullie derde oog. Jij bent een van de 144.000. Ik heb tot jou gesproken over de tijd van de Openbarin­gen. Het Zevende Zegel is geopend. De torens zijn inge­stort, de finan­ciële structuur die jullie op deze planeet hebben gekend is ver­krui­meld. Zoals in de Openbaring van Johannes is voorspeld, zijn as en bloed als regen op de Aarde gevallen.’

‘White Buffalo Calf Pipe Woman and the sacred pipe.’ Door Marcene Quenzer. WBCPW is een profetes die centraal staat in de religie van de Lakota Indianen.

Dat intrigeerde mij en ik besloot de gehele tekst te downloaden en op te slaan op mijn computer. De boodschap eindigde als volgt: ‘Ik zend jullie heilige boodschappers, manifestaties van de ge­liefde Kwanyin, manifestaties van de Zwarte Madonna, manifestaties van Kali, manifestaties van Isis, manifestaties van White Buffalo Calf Pipe Woman, manifestaties van de Heilige Moeder. Binnen twaalf jaar zullen zij en hun zusters aan jullie bekend zijn op een machtige wijze zoals nooit tevoren. Lieve mensen, wat jullie mij horen zeggen is maar een klein deel van de boodschap die ik jullie vannacht breng. Lieve mensen, opent jullie hart en neemt mijn liefde in ontvangst. Ik groet jullie, goddelijke wezens, jullie zijn manifestaties van de Heilige Geest. Moge de goddelijke levensvlam jullie bevruchten. Mogen de zegeningen van het leven op jullie neerstromen.

Ik wist in november 2001 al dat er sprake was van een vrouwelijke Christus die de energie van mededogen en vrede belichaamde. Dat had ik ontleend aan het werk van vredestroubadour James Twyman. Deze had op een heuvel in Medjugorje in Bosnië-Herzegovina twee gesprekken gevoerd met Moeder Maria die op een bijzondere manier aan hem verschenen was. Dankzij die gesprekken wist ik dat we in de tijd leefden van de terugkeer van de vrouwelijke Christus. Deze voorspelling paste in het beeld van die stortvloed aan godinnen die Moeder Maria ons in 2001 in het vooruitzicht had gesteld. In januari 2008 kwam ik tijdens een lezing over graancirkels erachter dat Maria Magdalena de vrouwelijke Christus was. Er was op 16 juli 2007 een graancirkel verschenen die ‘de Vlinder’ was genoemd. Johan Keijser had de gegevens over deze graanformatie naar Judith Moore toegestuurd. Die had daarbij een opvallende boodschap doorgekregen:

‘De Christus kwam als een afgezant van Eenheid, als een spiegel van goddelijke waar­heid. Hij kwam om de Aarde voor te bereiden op de initiatie in een liefdestrilling, de Geliefde genaamd, die verbinding met de Bron is. Hij kwam om de weg te bereiden voor de incarnatie van het Heilige Huwelijk, de He­melse Bruid, wat de neerdaling is van het Gouden Jeruzalem. Jullie kennen dit wezen onder de naam Maria Magdalena, de vrouwelijke Christus. Het oneindigheidssymbool beheerst de gewijde geometrie van deze graancirkel en communiceert het openen van een oneindig vlak van energie met de Christus-trilling. Het oneindigheidssymbool beweegt naar vereniging waarbij de vesica pisces (visblaas symbool) tevoorschijn komt. De vesica piscis is het symbool voor Maria Magdalena zoals te zien is bij de Chalice Well in Glastonbury in Engeland.

Chalice Well in Glastonbury. Foto: Herbert van Erkelens.

Een volgende stap naar verheldering werd gezet toen Sonu Shamdasani in oktober 2009 het Rode Boek presenteerde waaraan Jung jarenlang had gewerkt om zijn dialoog met het onbewuste nader vorm te geven. Toen werd pas echt duidelijk dat de Jungiaanse psychologie deels een herformulering van een gnostische mythe was. Die herformulering had Jung 40 jaar gekost, zodat die pas in 1952 in Antwoord op Job werd toegepast op de bijbel. In hetzelfde jaar verscheen Jungs artikel over synchroniciteit, het principe van het zinvolle toeval. Ik werd dus geboren in het jaar dat er belangrijke stappen waren gezet naar een Nieuwe Tijd. Er zijn sindsdien zoveel nieuwe stappen gezet dat het treurig is dat er in onze tijd zoveel conflicten met wapens worden uitgevochten. Dit lijkt mij een doodlopende weg. Mogelijk lukt het de 144.000 toch om het tij te keren. In De Taal van Graancirkels uit 2006 van Judith Moore en Johan Keijser wordt in dit verband opgemerkt:

‘Jullie, de 144.000, zijn vrijwillig geïncarneerd op dit kritieke tijdstip in de geschiedenis van Moeder Aarde om het licht van liefde kracht bij te zetten en een nieuwe schepping te manifesteren… Jullie zijn goddelijke medescheppers; jullie vermogen tot medeschepping is aan het wakker worden. De tijd is kritiek. Elk mens is op een krachtige wijze nodig om het dreigende noodlot in toom te houden en een nieuwe werkelijkheid te scheppen.’ Dit vind ik een bemoedigend vooruitzicht. Uiteindelijk gaat het erom een nieuwe schepping te manifesteren die niet door gnostische misgeboorten is afgesneden van de hogere bron van Creatie. Synchroniciteit wijst er al op dat er in principe een vrouwelijk element bij de schepping betrokken is dat in de bijbel de goddelijke wijsheid wordt genoemd. Maar vrede op aarde komt er pas als de mensheid kiest voor de energie van mededogen en vrede die door de vrouwelijke Christus wordt vertegenwoordigd.   

Herbert van Erkelens

16 mei 2024

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *