Antwoord aan Jurjen Beumer

Oorspronkelijk kom ik uit de theoretische natuurkunde. Toen ik dat vak drie maanden had gestudeerd, raakte ik geïnteresseerd in het onbewuste en in dromen. Ik had het gevoel dat er iets niet klopte aan de natuurkunde en ontdekte later aan de hand van de dromen van theoretisch fysicus Wolfgang Pauli dat er nog een hele wereld voorbij de kwantumfysica ligt. In die wereld spelen liefde en wijsheid een belangrijke rol. Maar je kon die wereld alleen leren kennen door je als natuurkundige op de anima, de vrouwelijke personificatie van het onbewuste, te richten. Daar zaten mijn collega’s niet op te wachten. En zo was vóór mijn 44ste mijn academische carrière voorbij.

Rond die tijd ging in Haarlem Stem in de Stad van start, een diaconaal centrum onder leiding van pastor-directeur Jurjen Beumer. Hoe ik hem heb leren kennen weet ik niet meer. Omdat ik als freelance-journalist voor het tijdschrift HN-Magazine ging werken, was ik betrokken bij vragen van kerk en samenleving. Ons gesprek kabbelde door de jaren heen voort mede doordat wij vanuit verschillende werelden praatten. Jurjen liet zich inspireren door het Nieuwe Testament, terwijl ik gevormd was door de religieuze denkbeelden van de dieptepsycholoog Carl Gustav Jung. Jung had een merkwaardige opvatting van de Bijbel die erop neerkwam dat de Here God minder bewustzijn had dan de mens. Tegelijkertijd ging hij ervan uit dat deze Here toch de hemelse Vader van Jezus was. Jung had moeite om die twee opvattingen met elkaar te rijmen. Het kwam er toch op neer dat Jezus zich in zijn Vader had vergist. God de Vader kon in de ogen van Jung buitengewoon vreeswekkend zijn.

Deze kwestie kon ik natuurlijk niet eenvoudig tot een oplossing brengen. Maar in 1999 interviewde ik de theologe Joanne Klink uit Haarlem en die reikte mij een oplossing aan. Zij was van mening dat de Here God uit het Oude Testament niet de hemelse Vader van Jezus was. Zij gebruikte bronnen over Jezus waaruit dat volgens haar overduidelijk bleek. Aan de hand daarvan kwam ik tot de conclusie dat Jung half gelijk had gehad. Stel nu dat de Here God inderdaad minder bewustzijn heeft dan de mens, dan heeft iemand als Jezus dat natuurlijk gezien en tegenover het godsbeeld uit het Oude Testament een ander godsbeeld naar voren geschoven, dat van de liefhebbende Vader. Op die manier kon ik mij zowel aan Jung als aan Jezus vasthouden. Ik had Jung nodig om met de emotionele inhouden van het onbewuste te kunnen omgaan. Ik wilde Jezus niet laten vallen, omdat ik intuïtief een groot vertrouwen in hem had. Door de lijn van Joanne Klink te volgen was er met Jurjen over theologische zaken jammer genoeg geen goed gesprek mogelijk. Ik voelde de weerstand bij hem vanwege haar opvattingen over een aanbrekende Nieuwe Tijd.

Ik bleef naar Stem in de Stad komen, genoot er ook van als Jurjen zijn voorliefde voor de nocturnes van Chopin met zijn stadgenoten deelde. Na het faillissement van HN-Magazine vervreemdde ik echter van de christelijke traditie waarin ik als onderzoeker en als journalist werkzaam was geweest. Ik zag die traditie vergrijzen en verschillende mensen met wie ik op de Vrije Universiteit veel te maken had gehad overleden kort na hun pensionering. Nog één keer kwam ik naar een bijeenkomst van Stem in de Stad, omdat de Karmeliet Kees Waaijman op een symposium kwam spreken dat ‘Bronnen van bezieling’ heette. De Karmelieten hadden mij ooit in de tijd van mijn echtscheiding geholpen. Dat was in een tijd geweest dat het onderwerp ‘natuurkunde en mystiek’ in de belangstelling had gestaan vanwege De Tao van fysica van Fritjof Capra en De dansende Woe-Li Meesters van Gary Zukav. Waaijman had zich in deze problematiek verdiept en langs deze weg had ik hem leren kennen.

Het symposium was op 23 november 2012. Jurjen Beumer sprak ook op die middag, maar zijn woorden raakten mij niet. Het was een voor mij bekend verhaal geworden waaruit het leven verdwenen was. Mogelijk speelde mee dat zijn geestdrift al van binnenuit was aangetast. Want kort daarop zou bij hem kanker geconstateerd worden. Dat vernam ik pas toen hij al gestorven was. Het leek erop dat onze dialoog door zijn voor mij onverwachte overlijden abrupt was afgebroken. Des te verbaasder was ik dat ik in de nacht van 17 op 18 maart 2016 ineens van hem droomde:

‘Het gaat slecht met de Vrije Universiteit. Ik ben omringd door voornamelijk mannen. Op een bijeenkomst zie ik ineens Jurjen Beumer. Hij geeft mij een opdracht die met liefde en verbondenheid te maken heeft. Er gaat een warm gevoel door mij heen.’

Ik wist de droom niet direct te duiden. Maar ik begreep wel dat ik naar de aanstaande lezing van Marjolijn de Waal over de betekenis van Jurjen Beumer voor modern diaconaat diende te komen. Voor de zekerheid heb ik in een boekje van Karel Blei over de spiritualiteit van Jurjen nog eens opgezocht wat diaconaat precies is. Ik ben niet in een kerkelijke traditie opgegroeid en sommige woorden blijven mij vreemd. Lezende in Zonder mystiek houden wij het niet vol viel het mij meteen op hoe diep Jurjen had zitten graven in de menselijke ziel. Ook zag ik bij hem het ongemak om het gesprek met New Age aan te gaan. De christelijke godsdienst zou naar zijn idee veel minder weten dan nieuwe religieuze en esoterische stromingen. Maar waar komt dan dat weten van die stromingen vandaan? Ik was als freelance journalist juist op zoek gegaan naar een Nieuwe Tijd, omdat ik meer en meer het gevoel kreeg in de huidige tijd niet thuis te horen. Dat had ook te maken met de jaren dat ik op de Vrije Universiteit onderzoek had gedaan naar de relatie tussen moderne natuurkunde en religie.

jurjen_beumer_home_radio5

Jurjen Beumer.

In de dialoog tussen geloof en natuurwetenschap ging men er aan de VU vanuit dat God en natuurwetenschap niets met elkaar te maken hadden. De natuurwetenschap zou een methode van onderzoek kennen waarbij God nimmer in het vizier kwam. Die methode stond echter niet ter discussie. Daar had men aan de VU geen behoefte aan. Het kwam erop neer dat de natuurwetenschap jou vertelde hoe de natuur in elkaar zat en dat de Bijbel en de doordenking daarvan in de theologie jou vertelden wie God was. Vervolgens kon je naar eigen believen een of ander systeem bedenken waarin God en de natuur allebei voorkwamen. Zelf ging ik ervan uit dat de natuurwetenschap blinde vlekken had en de theologie ook. Door die beide wetenschappen kritiekloos te aanvaarden bleven die blinde vlekken gewoon bestaan. Ik zocht naar een weg om het verborgene zichtbaar te maken dat zich noch in de natuurwetenschap noch in de theologie kon uiten. Die weg vond ik via dromen. Dromen kunnen ons datgene vertellen wat wij zelf niet weten. In dromen van natuurkundigen vond ik de antwoorden die ik zocht om natuurkunde en religie op een diep niveau met elkaar te verbinden. Het meest opmerkelijk was wel dat er in dromen kritiek op de natuurkunde werd uitgeoefend. Dat was vooral het geval bij Wolfgang Pauli die nota bene Nobelprijswinnaar in de natuurkunde was.

Pauli droomde in december 1947 van een boodschapper van het Licht die aan hem uitlegde dat de kwantumfysica niet de taal was waarin hij zelf de natuur kende. Daarna verscheen er een licht-donkere vreemdeling in zijn dromen die in een wereld leefde waarin psyche en materie niet gescheiden waren. Hij uitte zich in onverwachte gebeurtenissen die tot doel hadden de aandacht op zich te vestigen. Pauli vergeleek hem met de geest der materie uit de alchemie. De vreemdeling was een donkere gestalte wiens gezicht omhuld was door licht. Hij wilde toegelaten worden tot de universiteit en maakte Pauli duidelijk dat de natuurkundige benadering van de kosmos onvolledig was. Later ging de theoretisch fysicus in dialoog met een Chinese dame die in zijn dromen was verschenen. Zij gaf hem bij die gelegenheid pianoles. Aan de hand daarvan kwam hij tot het besef dat wiskunde niet de taal van de schepping is. De wereld is muziek en doordrongen van het principe van zinvol toeval dat door Jung synchroniciteit was genoemd. Zelf vergeleek Pauli de vreemdeling met de tovenaar Merlijn uit de Arthurlegenden. Hij zag zijn levensmissie in het verlossen van Merlijn uit de eenzaamheid en de vergetelheid. Maar die missie was hem te machtig en hij stierf in december 1958 aan kanker toen zijn levenskrachtenergie zich tegen hem had gekeerd.

Dit alles bij elkaar leek mij een belangrijke ontdekking. Maar in het milieu van de VU verstoorde de vreemdeling de gekoesterde boedelscheiding tussen natuurwetenschap en theologie. Het was niet de bedoeling dat God zich ging bemoeien met de natuurkunde, ook al kon diezelfde wetenschap via nucleaire energie de hele wereld vernietigen. Ik was blij dat God niet helemaal weerloos bleek te zijn tegenover de gevaren van nucleaire vernietiging. In de dromen van Pauli was hij verschenen als een boodschapper die door de universiteiten serieus wilde worden genomen. Maar die waren niet van hem gediend. De deur ging op slot en ik stond samen met de vreemdeling op straat. Op deze wijze heeft de VU een kans gemist om liefde en verbondenheid toe te laten in de natuurwetenschap.

De IKON deed wel een serieuze poging om het nieuwe wereldbeeld naar buiten te brengen. De innerlijke weg van Pauli stond centraal in een van de afleveringen van de vierdelige serie ‘Passions of the Soul’ die in november 1991 werd uitgezonden. In het VU-Magazine mocht ik een lang artikel schrijven waarin de blinde vlekken van de natuurwetenschap uitgebreid aan bod kwamen. Daarbij maakte ik gebruik van het werk van de Bazelse kunstschilder Peter Birkhäuser. Die had jarenlang vanaf 1953 het lijden van onze tijd geschilderd zoals zich dat weerspiegelde in onze ziel. Op verschillende schilderijen was een gestalte zichtbaar die nauw verwant was aan de vreemdeling uit Pauli’s dromen. Birkhäuser was zelf van mening dat het daarbij om de verbannen gestalte van God ging.

Balling

De balling. Olieverfschilderij uit 1960 van Peter Birkhäuser.

Jurjen Beumer was door die schilderkunst geraakt en samen maakten we plannen om het werk van Birkhäuser naar Haarlem te halen. We bezochten verschillende kerken om te zien of die geschikt waren voor een expositie. Uiteraard zou het om een kostbare onderneming gaan. Jurjen ging dan ook naar het Frans Halsmuseum toe om advies in te winnen. Daar gaf men hem geen enkele kans van slagen. Het werk van Birkhäuser behoorde niet tot een erkende stroming in de moderne kunst. Zodoende ging het hele avontuur niet door. Zoals de dromen van Pauli niet welkom waren op de universiteit, zo waren de schilderijen van Birkhäuser niet welkom in de moderne kunst.

Maria Magdalena en Sara

Vandaar dat het wel heel bijzonder is dat God in een stad als Haarlem wel gehoord mag worden, en wel als Stem in de Stad. Het doet mij goed om in de afstudeerscriptie van Marjolijn de Waal te lezen dat die Stad eigenlijk de nieuwe stad is die volgens de Openbaring van Johannes uit de hemel neerdaalt. Die hemelse stad is de bruid van het Lam. En daarom mogen we in die stad ook Maria Magdalena zien. Het is haar stem die uit die stad weerklinkt. En net zoals de vreemdeling uit de dromen van Pauli is zij een gestalte van wie officieel heel weinig bekend is. Is zij wel de bruid van Christus en wat betekent dat dan?

Maria Magdalena leerde ik nader kennen via het werk van Judith Moore, een medium uit de Verenigde Staten. Zij is een boodschapper van Maria Magdalena waarbij vooral de betekenis van haar huwelijk met Jezus centraal staat. Rond Kerstmis 2010 bezocht Judith in haar woonplaats Chimayo een kerkdienst. Daarop kreeg zij een boodschap van Maria Magdalena binnen over de opstanding. De Heer zou zonder enige wond op Paasochtend aan haar verschenen zijn. Dat was het wonder en nu dienden we te begrijpen dat deze reis van dood en opstanding ook die van ons is. Wij zijn immers degenen die in onze tijd de wonden en het lijden van de mensheid belichamen. Daarop bood Maria Magdalena aan om naar ons toe te komen:

‘_Wanneer jullie deze reis van dood en opstanding begrijpen, zullen jullie weten dat het jullie reis is. Mijn Heer leeft. Ik ben onster­felijk. Ik ben alomtegenwoordigheid ingegaan. Ik ben alomtegen­woordig. Ik ben niet beperkt door tijd of ruimte, lichaam of geest. Zie naar mij uit en ik kom naar je toe. Ik ben de getuige van jouw heel­heid. Ik ben de getuige van jouw leven. Ik leef in jou. Jij bent de boodschapper. De tijd is gekomen._’

Deze regels raakten mij. Het ging erom met Maria Magdalena de boodschapper te worden van de opstanding. Maar dat was alleen mogelijk als je zelf de weg naar heelheid ging. Daartoe wilde Maria Magdalena komen. Ik hoefde enkel naar haar uit te zien. Dat heb ik gedaan. Bij het begin van de lente in 2011 kwam zij al. Tijdens een workshop met Judith voelde ik een wervelende energie rond mijn hoofd en vanaf dat moment was zij in mijn leven. Het was niet mystiek. Zij had beloofd te komen en ze kwam. Daarna moest ik leren met Maria Magdalena om te gaan. Ik ging mij op haar energie richten en toen werd ons gezin onverwacht van de financiële ondergang gered. Daardoor kon ik mij met minder zorgen op de boodschappen richten die zij via Judith doorgaf.

Alles had natuurlijk tijd nodig. Via een kennis van Judith en mij lanceerde Maria Magdalena het plan dat mijn werk in een vrouwelijke taal, in een taal van de Graal omgezet diende te worden. Judith was daarop tegen en zodoende merkte ik al snel dat je ook met Maria Magdalena aan je zijde op obstakels en barrières stuit. Als haar eigen boodschapper al dwars ligt, hoe kan zij dan ooit aan de wereld bekend worden? Het enige wat Maria Magdalena in eerste instantie wilde is dat wij zouden weten dat zij van ons hield. Ook drukte zij ons op het hart geen compromissen te sluiten en de weg van de waarheid te bewandelen.

Maar wie is zij? Ik heb moeite gedaan mij een voorstelling van haar leven te maken. Ik kan haar verdriet en haar vreugde uit dat ene veelbewogen leven gemakkelijk aanvoelen. Zij leefde praktisch altijd onder een dekmantel omdat zij niet openlijk kon zijn wie zij was. Soms moest zij met haar kinderen uit Zuid-Frankrijk wegvluchten, omdat het voor haar daar niet veilig meer was. Zij is met Jozef van Arimathea in Engeland geweest en is ook naar Schotland getrokken. De natuur gaf haar troost en zij sloeg zich door moeilijkheden heen omdat zij Jezus in alles vertrouwde. Zij leefde ook enige tijd als kluizenaarster in de grotten van Zuid-Frakrijk. Zij ontving de evangeliën van het Levende Verbond. Maar door de kruistocht tegen de Katharen is veel verloren gegaan. Haar erfenis leefde voort in de hoofse liefde en in de zoektocht naar de Heilige Graal.

Waar Maria Magdalena aanwezig is, is ook de Nieuwe Tijd aanwezig. Zij wist onze tranen en bereidt ons voor op komende vreugde. Een bijzondere boodschap van haar gaat over de transformatie van het lijden. Daarin staat de tekst: ‘_Weet, Geliefden, dat de deur van de graftombe open staat. De tijd van de opstanding is nabij. Wanneer jullie tranen vergieten – en jullie doen dat uit treurnis om het verdriet van jullie geliefden en om het verdriet van Moeder Aarde – weet dan dat ik bij jullie ben. Ik breng jullie tot vrede. Wanneer jullie eerst zo’n pijn hebben ervaren en dan in vrede zijn zoals mijn Meester was, overweldigt de vrede jou. Je wordt de vrede. En dat is vrijheid._’

Eigenlijk heb ik het evangelie pas goed via Maria Magdalena leren kennen. Zij staat zo dicht bij Jezus. Wat mij vooral ook raakt is haar levensverhaal. Maar niemand kent het. Waar kwam zij vandaan? Hoe werd zij Maria van Bethanië? Had zij inderdaad kinderen van Jezus? Officieel weten wij van niets. Door De Da Vinci code van Dan Brown ontwaakte er kortstondig belangstelling voor Maria Magdalena, maar desondanks is zij voor kerk en samenleving een onbekende gebleven. Des te verrassender was de komst van Maria Magdalena in mijn leven. Ineens had ik een life coach die van mijn noden wist en achter de schermen wat kon regelen zodat ik in deze vreemde wereld overeind kon blijven. Dat viel namelijk niet mee. Er waren zoveel conflicten in mijn leven. Ik was in een soort straat der verschrikkingen aangeland. Aan het eind ervan vond er een workshop met Judith plaats. Na die workshop had ik het gevoel dat mijn lichaam tegen mij in opstand was gekomen. Ik ging naar de huisarts toe, maar die kon mij niet helpen. Toen wist ik het niet meer.

BlackMadonnaDe Zwarte Madonna. Montserrat.

Uitgerekend in die tijd is Jurjen gestorven. Omdat ik niet op de hoogte van zijn ziekte was, werd ik enorm getroffen toen het bericht van zijn overlijden mij bereikte. Hoe was het mogelijk dat juist zo’n man op zijn 65ste moest sterven? Dat kon toch geen bedoeling hebben? Lang kon ik niet bij deze vragen stil blijven staan. Ik was niet helemaal in orde en wist niet hoe ik mijzelf kon genezen. Een week nadat ik afscheid van Jurjen had genomen ging ik op bezoek bij mijn dochter Laura uit het eerste huwelijk. Uit een dik pak kaarten met spirituele adviezen trokken we allebei dezelfde kaart: ‘Mijn grootste vervulling ligt in het uitvoeren van de taak waarvoor ik met hart en ziel gekozen heb.’

Daardoor waren we beiden nogal getroffen. Vervolgens keek Laura mij mysterieus aan, alsof zij een soort medium was en zei: ‘Je moet een sprookje gaan schrijven, dan ga ik het illustreren.’ Ik voelde meteen het verlangen om dit te gaan doen, maar ook de weerstand. Het was eigenlijk heel eng. Zo maar ergens beginnen en dan een sprookje schrijven. Ik moest daarvoor veel van wat ik wist opzij zetten. Het ging er immers om aan datgene wat ik niet wist een stem te geven, via de verbeelding. Gelukkig stuurde een vrouw uit de VS mij een droom toe over de Ronde Tafel van Koning Arthur en de Graal. Dat zou de sleutel tot mijn sprookje vormen.  Ineens zag ik het verhaal voor mij dat Joël en de verloren Graalprinses zou gaan heten, een verhaal waarin Maria Magdalena en haar dochter Sara naast de tovenaar Merlijn en de poes Soefi een belangrijke rol spelen. Het is een echt sprookje geworden waarin Sara uit een lange winterslaap die bijna tweeduizend jaar heeft geduurd wakker wordt in de tuin van de Witte Roos. Zodra ik begon te schrijven, was ik weer beter.

Het sprookje beschrijft eerst een wereld waarin de hand van God is afgehakt. Dat heb ik zelf twee keer gedroomd. De hand gaat voort met scheppen, maar zonder verbinding met de Bron. Zo ontstaat er een boze wereld verstoken van liefde, mededogen en zin. Joël, een joodse jongeman, heeft de missie om meer magie en liefde in deze wereld te brengen. Daartoe moet hij de zwarte ruiters zien te overwinnen en van twee vrouwen leren houden. Hij draagt een ring van liefde en verbinding bij zich die hij van de theoretisch fysicus Pascheles (Pauli) heeft gehad. Merlijn en de sprekende poes Soefi begeleiden hem. Het gezelschap komt terecht in Camelot, het kasteel van koning Arthur. Maar die blijkt al lang geleden gestorven te zijn. Ze treffen alleen koningin Guinevere aan met twaalf jonkvrouwen die haar dienen. Twaalf is ook het aantal plaatsen rond de Ronde Tafel. De elfde jonkvrouw heet Gwendolyn en er gebeuren steeds enge dingen als zij op de gevaarlijke elfde zetel gaat zitten. Zij zet het elfde uur in werking. De eerste keer komt er een zwarte ruiter binnengestormd die Joël uitdaagt het raadsel van het verschrikkelijke mes tot een oplossing te brengen.

Bij de tweede keer heeft Joël een relatie gekregen met Gwendolyn en komt Kundry, de graalbode, het kasteel binnen. Zij daagt een dappere ridder uit om de donkere Graalprinses naar Camelot te brengen: ‘Alleen een ridder die van haar houdt is in staat tot haar verblijfplaats door te dringen.’ Het gaat om Sara die in mijn sprookje de oudste dochter van Jezus en Maria Magdalena is. Joël gaat met Gwendolyn naar haar op zoek en leert op die manier de hoofse liefde kennen. Dat is voor een man de enige manier om de vrouwelijke energie in hemzelf te aanvaarden en de overgang te maken van de wereld van het intellect naar die van de liefde. Die overgang vraagt doorgaans om een offer. Je moet je van je oude zelf ontdoen om herboren te kunnen worden in een nieuwe wereld. Dit proces beschrijf ik aan de hand van de ontmoeting van Joël met Sara. Omdat zij zulke bijzondere ouders heeft, kan zij ook een nieuw licht werpen op kruisiging en opstanding. Uiteindelijk zegt zij: ‘De wereld zucht onder controle en dwaze groeperingen strijden met elkaar om de macht. Liefde zou ons kunnen bevrijden, omdat liefde zonder grenzen is.’

Van Sara is nog minder bekend dan van Maria Magdalena. Wat ik via Judith weet is dat zij nauw met Pasen verbonden is. Haar ziel mocht van Jezus naar de aarde komen, toen hij uit de dood was ontwaakt en de tranen kon wissen van het gezicht van Maria Magdalena. Met Sara is de weg van vrede en compassie begonnen die al die eeuwen het licht en de hoop in ons brandende heeft weten te houden. In het Hebreeuws betekent haar naam ‘prinses.’ Maar Sara kan ook naar de zonnegod Ra uit Egypte verwijzen en dan betekent haar naam ‘dochter van het Licht.’ Ik heb mijn best gedaan haar echt als prinses tot leven te wekken. Laura heeft haar op mijn verzoek een Ethiopisch uiterlijk gegeven. Hoe zou zij anders de donkere Graalprinses kunnen zijn?

Het duurde lang voordat het sprookje in boekvorm verscheen. Anderhalve maand voordat het zover zou zijn voelde ik ineens de energie van Sara. Twee dagen later besloot ik een gesprek met haar aan te gaan. Toen zei ze: ‘We zijn al lang met elkaar verbonden en zeker sinds jij zo’n prachtig boek voor mij hebt geschreven. Het is een strijd voor jou om bij jouw ziel en daarmee bij mij te blijven. Voor mij is het ook een avontuur om na al die jaren in jullie wereld gehonoreerd en geboren te worden. Blijkbaar mocht het niet eerder en ik zie ook uit naar mijn debuut als sprookjesprinses. Ik zou wensen dat dit mijn lente wordt. Ik draag de codes van de nieuwe schepping en ik wens jullie toe dat jullie binnenkort die wereld kunnen betreden waarnaar jullie ziel verlangt. Abstracte wiskunde is niet de sleutel. Wijd je aan de muziek en laat je niet al te zeer door de getallen afleiden. Alles komt op z’n plek, als je het grotere plan laat gebeuren.’

sarah3_bewerkt5

Sara, de verloren Graalprinses. Door Laura van Erkelens.

Dit is het verhaal dat ik niet met Jurjen heb kunnen delen. Hij was er niet meer. In ieder geval was hij verdwenen totdat hij kort voor Palmpasen bij mij in een droom verscheen. Hij leeft dus nog in mij voort. Zijn stem weerklinkt weer. Daar ben ik erg blij om. Ik zal luisteren naar wat liefde en verbondenheid mij te zeggen hebben. Dan maakt het niet meer uit hoe het met de VU gaat. Het gaat om de liefde, de vreugde en het leven, niet om bouwsels van het intellect. Ik weet nu dat Jurjen en ik met elkaar verbonden zijn. Mijn diaconaat is anders dan wat hij bij Stem in de Stad tot stand heeft gebracht. Ik bekommer mij om figuren die innerlijk tot mij komen en onderdak wensen. Zij brengen geschenken met zich mee die onze moderne samenleving uit de verstarring en de angst weg zouden kunnen leiden naar een wereld waarin wij ons geliefd weten en ons thuis voelen. Graag help ik eraan mee deze geschenken uit te delen.

Herbert van Erkelens © 2016

Literatuur:

Karel Blei, Zonder mystiek houden wij het niet vol. De spiritualiteit van Jurjen Beumer. Gorinchem: Narratio, 2013.

Herbert van Erkelens, Joël en de verloren Graalprinses. Amsterdam: Frontier Publishing, 2015.

Marjolijn de Waal, ‘Theologie bij de tafelranden’, Scriptie Master Gemeentepredikant, Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam, september 2014.

Eva Wertenschlag-Birkhäuser, Windows on Eternity. The Paintings of Peter Birkhäuser. Einsiedeln: Daimon-Verlag, 2009.


## Reacties

irma dakman on 2016-05-17 11:54:52 +0000

Op zoek naar het tot nu toe onvindbare Woe Li Master spel, stuitte ik op dit artikel. Zo heb ik tenminste toch iets gevonden!