Het heengaan van Jan van Erkelens

Jeugdjaren

Lieve pa, met jouw heengaan op 96-jarige leeftijd is een heel tijdperk afgesloten. Je groeide op in de Middenstraat in Alkmaar samen met je oudere zus en broer Nel en Kees en de twee kleintjes Tine en Ger. Bij de geboorte van Ger als onverwachte tweede helft van een tweeling was vader Cornelis flauw gevallen, omdat hij even niet wist hoe hij al die monden moest voeden. Moeder Cornelia had toen al gebroken met de katholieke kerk. Na een miskraam bleef de pastoor maar aandringen op meer kinderen. Ze werd overtuigd socialiste en dat betekende voor jou de redding. Ze was vermoedelijk de bron van de angsten die jou als kind achtervolgden, maar ze zorgde er ook voor dat je een middel vond om ermee om te gaan:

Jan: ‘_Mijn moeder ging helemaal mee in het socialisme van mijn vader. Zij had kritiek op de katholieke kerk, omdat die de rijken voortrok boven de armen. Een keer heeft ze die zwartrokken weggejaagd, toen die haar probeerden over te halen weer naar de kerk te gaan. Zo werd zij overtuigd socialiste. Er was toentertijd een kalender voor de proletarische vrouw die “Naar het licht” heette. Daarin stond iedere week of iedere dag een beschouwing over een of ander onderwerp. Daarin had moeder gelezen dat het voor een kind zo belangrijk was om een eigen plek of een eigen kamertje in huis te hebben. Ik had boven op zolder al een hoekje voor mijzelf gemaakt van een oude kist met een stoelzitting erop en een rand van gordijnstof. De tafel bestond uit een blad dat mijn vader waarschijnlijk in elkaar getimmerd had. Toen kreeg ik dankzij Nel dat kamertje. Ik had echt mijn eigen plekje. Op een keer stroomde ik daar vol met geluk. De tranen stroomden over mijn wangen. Dat had te maken met het schilderen en het maken van marionetten._’

Hier in dit kamertje ontstonden de eerste marionettenspelen: ‘Vreemde nacht’ en ‘Bloem van het geluk.’ Op je achttiende besloot je de gestalten die jij ’s nachts om je heen zag zweven om te vormen tot marionetten. Grietje Kots leerde jou hoe je die marionetten beweeglijk kon maken. Zo ontstond onder meer de Moerasgeest, de marionet die het meest intiem met jouw leven verbonden lijkt. Toen jij de tachtig was gepasseerd, liet je de Moerasgeest bij uitzondering geen gorgelend geluid maken, maar via zijn eigen stem ‘spreken.’ Er ontwikkelde zich een heel gesprek waarbij de Moerasgeest hoopte dat jij hem als zijn lievelingspop zou beschouwen. Hij wist dat hij een diepgewortelde angst verbeeldde maar van die angst had jij je toch bevrijd? Daarom merkte de Moerasgeest op: ‘Wij zijn nu vrienden, hè?’

Xita

Xita, de waarzegster.

Natuurlijk verlangde jij zoals iedereen naar geluk, maar jij wist dat het niet eenvoudig zou zijn om de bloem van het geluk te vinden. In jouw marionettenspel ‘De bloem van het geluk’ wordt prinses Zevira door de boze tovenaar Karininsky in een zwarte kat veranderd. Prins Omar ziet in een droom dat alleen een wonderbloem de macht van de tovenaar kan breken. Een elfje raadt hem aan naar Xita de waarzegster te gaan. Die zou hem misschien kunnen helpen. Xita was niet verrast door de komst van de prins. Ze wist reeds lang dat hij zou komen om haar te vragen naar de bloem vanuit zijn dromen. Als zij hem de goede afloop van zijn zoektocht heeft voorspeld, zegt zij mijmerend:

                                   In de duisternis der bossen

                                   in een hutje slechts van hout,

                                   woon ik, oude wijze Xita,

                                   ik die zoveel van kaartspel houd.

 

                                   Ik voorspel u vlug de toekomst,

                                   wat zal ’t  worden, vreugd of smart,

                                   slechts de waarheid zal ik zeggen,

                                   ieder krijgt zijn eigen part.

 

                                   En die waarheid is soms moeilijk,

                                   maar aanvaard haar maar gewis,

                                   want je kunt het niet ontlopen,

                                   wat voor jou bestemd toch is.

 

                                   Maar één raad, blijf slechts geloven

                                   in je ideaal of droom,

                                   want dan zul je overwinnen,

                                   ’t leven wordt dan wonderschoon.

Huwelijksjaren

De zoektocht naar de bloem van het geluk liep in jouw sprookje goed af. Moeilijker was het om in werkelijkheid geluk te verwezenlijken. Je kende Hendrika Habiecht van de MULO (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs). Je had geen aanleg om veel te leren en stapte over naar de ambachtsschool waar docent Harmsen jouw tekentalent ontdekte. Zo werd je tekenaar-ontwerper. Riek werkte als dienstmeisje bij dominee Kuipers en je hebt haar vast het hof gemaakt, want jullie kregen verkering.

Na vijf jaar zei Kuipers: ‘Wordt het niet eens tijd om te trouwen?’ Dat deden jullie op 8 december 1943, midden in de oorlog. Jullie gingen bij Cornelis en Cornelia wonen boven een garage. Dat was aan wat nu de Rector Frederikslaan in Heiloo heet. Jullie hadden last van muizen. Zo zijn de muizentekeningen ontstaan die je aan je kleinzoon David hebt gegeven. Na de oorlog kwam er aan de Westerweg in Heiloo een huisje vrij omdat de bewoonster door de gemeente eruit werd gezet. Jullie gingen daar wonen en toverden het om in een paradijs. Er was een grote tuin bij waar jij een vijver maakte met goudvissen. Je vader en moeder verhuisden naar de Oude Bergerweg in Bergen. Daar heb je in december 1958 de ogen gesloten van je vader:

Jan: ‘Ik was bij zijn sterfbed. We gingen om de beurt waken, Nel en ik. Ik was in die tijd net bezig om het huurhuis aan de Westerweg te gaan kopen. Hij kon bijna niet meer praten en vroeg: “Hoe is het met je huis?” Ik merkte dat hij steeds slechter werd en die nacht is hij heel rustig ingeslapen. Hij lag op z’n rug te ademen. Ik had zijn hand vast. Plotseling ademde hij niet meer. Er was geen sprake van strijd. Hij had ook gezegd: “Het is genoeg geweest.” Hij heeft denk ik niet zo’n gemakkelijk leven gehad door de pijnen die hij jarenlang gehad heeft. En hij was altijd de figuur op de achtergrond. Moeder domineerde. Ik heb toen zijn ogen gesloten. Dat was de eerste keer dat ik erbij was dat een mens stierf. Het was helemaal geen moeilijke belevenis. Het was juist mooi.

 

In het begin woonden we maar een paar honderd meter van elkaar vandaan, hij aan de Frederikslaan en wij aan de Westerweg. Hij kwam altijd achter bij ons langs via de keuken. Een paar dagen nadat hij gestorven was, was ik in de keuken en zag ik hem plotseling bij de keukendeur staan. Het was een deur met daaromheen glas. Hij was precies zoals hij in de tijd van de Frederikslaan was, met zijn wandelstok. Ik opende de deur en ik raakte zijn voorhoofd aan met mijn vingers. Dat voelde koud aan. Ik zei tegen hem: “Je bent toch gestorven? Je moet gaan.” Toen verdween hij.’

OpaCornelis

 Cornelis van Erkelens. Potloodtekening van zoon Jan.

Je kocht het huis en de grond voor 6000 gulden. Je bouwde er een atelier en vanaf die tijd leefden wij, Ernst en ik, met “gescheiden” ouders. Jij zat in het atelier te schilderen en ma zat in de woonkamer te breien. Een slimme verkoper zette daar een tv neer en zo konden we naar de begrafenis van John F. Kennedy kijken. Ernst zette het atelier vervolgens vol met kapotte tv’s en andere apparatuur en dat werd de broedplaats van Studio ++ met de eerste diskjockeys van Nederland. Ernst en ik hebben een heerlijke tijd in dat atelier gehad. Toen wij in 1970 het huis uit gingen, moet het stil om je heen zijn geworden. Toen ontstonden latere marionetten zoals de Oude Vrouw, de Paarse Gestalte en Black Beauty.

Tot onze verrassing ontdekten we op die manier dat je seksuele fantasieën koesterde. Black Beauty was een striptease danseres die op zwoele jazz-muziek haar bh-tje kon laten vallen. Toch was je van plan bij Riek te blijven. Dat voornemen werd doorkruist toen je in 1985 in Zwitserland verliefd werd op Frieda Maria Schneider. Je was ineens in een bruiloftstemming en vertrok op je 67e naar Maienfeld en Malans om met Frieda een nieuw leven op te bouwen.

Latere (spirituele) jaren

In 1997 kwam je wat langer naar Alkmaar toe om Nel te helpen bij haar proces van sterven. Je had toen een woning aan de Kennemerstraatweg. Aan het begin van dat jaar was je met Frieda naar Renée Bonanomi, een helderziende vrouw, geweest. Deze vrouw had jouw vader in jouw energieveld gezien. Dat maakte je gelukkig. Hij was bezig losse bladen papier te strooien. Zij vroeg zich af of je een schrijver was. Je zei: ‘Mijn zoon schrijft.’ Hieruit begreep ik dat opa Cornelis de inspiratiebron vormde van de manuscripten die ik in die tijd schreef. Hij stimuleerde mij een of ander familiegeheim op te sporen dat mijn eigen ontwikkeling in de weg stond. In dat verband verzamelde ik de grote dromen die jij in die tijd had. Dit is een droom over jouw eigenlijke bestemming:

‘_Ik ben ergens buiten op een glooiend terrein. Er zijn grote bergen van zachte donkere klei. Er zijn van die schepmachines die steeds weer nieuwe klei aanvoeren. De machines werken automatisch, er zijn geen bestuurders. Ik wil een kinderspeelplaats maken. Heel gemakkelijk kan ik de bergen klei vervormen en trek uit een kleiwand banken en stoelen en kan ook een tafel maken. In de buurt is een beekje. Ik kan een aftakking maken en laat een smal watertje tussen de kleivormen stromen. De kinderen zullen heerlijk met klei en water kunnen spelen. Heel duidelijk hoor ik mijzelf zeggen: “Dit is mijn eigenlijke bestemming.” Ik voel mij gelukkig._’__

Met de poppenspelen die jij samen met Rie de Boer hebt gemaakt zoals ‘Barendjes grote avontuur’ heb je inderdaad kinderen blij willen maken. Je wilde hen denk ik verlossen van de angsten die jou als kind hadden achtervolgd. In 2004 keerde je naar Nederland terug, omdat de relatie met Frieda vanwege je vergeetachtigheid moeizamer was geworden. De marionetten die jij daar achterliet zoals de Zeemeermin en Vrede tonen aan dat je uiteindelijk met de wonderbloem de macht van Karininsky had gebroken. Vier jaar later werd je negentig. Henk Boerwinkel was toen bezig aan een overzichtstentoonstelling van zijn werk. Het was net alsof er een einde kwam aan een heel tijdperk.

OpaJanWind

Jan van Erkelens in de wind van Egmond aan Zee.

Opa Cornelis begon meteen weer bladen papier in mij te strooien. De tijd drong. Daaruit is jouw levensboek ontstaan: De Toverspiegel. Poppenspel, alchemie en de zoektocht naar geluk. Kort daarop koos je ervoor naar zorgcentrum St. Agnes in Egmond aan Zee te gaan. In die eerste maand daar stond je meteen in de schijnwerpers vanwege je afscheid na 75 jaar als marionettenspeler. Het tv-programma ‘Man bijt hond’ kwam naar Egmond toe om te vragen of je nog wel de touwtjes in handen had. Tijdens de voorstelling in De Zilveren Maan op landgoed Elswout viel je van het toneel in een koffer met poppen. We dachten dat dat het definitieve afscheid was, maar je krabbelde weer overeind om onder mijn begeleiding je marionettenspel ‘Vreemde nacht’ te voltooien. Daarna werd het natuurlijk stiller om jou heen. Maar je was in Egmond heel gelukkig. Zelfs begon je aan een nieuwe relatie, met Leny die jij in de groep van de Vuurtoren had ontmoet.

Uiteindelijk heb ik het familiegeheim opgelost. Tijdens een therapiesessie voelde ik de aanwezigheid van mijn moeder die drie-en-een-half jaar eerder was overleden. We hadden nog wat te bepreken. Dat was het eigenlijke probleem. Het bijzondere was dat ook opa Cornelis aanwezig was. Hij was al die tijd uit zorg om de familie op aarde gebleven. Vandaag neem ik dan ook niet alleen van jou, maar ook van je vader afscheid. Ooit zei je over de generatie van mijn grootvader dat het ‘allemaal lieve mensen’ waren. En ik herinner mij jou ook als een lief mens. Ik heb veel van jou gehouden vanaf het moment dat je mij vele keren ‘Lady en de vagebond’ hebt voorgelezen. Ik dank je voor alle steun die je in moeilijke tijden hebt gegeven.

Helaas kan je kleinzoon David niet aanwezig zijn. Vanuit Nicaragua mailde hij mij: ‘Opa was altijd goed gehumeurd en oogde gelukkig. Dat zal ik mij altijd herinneren evenals zijn prikkelige kus met snor! Nu kijk ik daar met een glimlach op terug, maar als kind vond ik dat niet altijd fijn. Ik zal me altijd de vakantie in Zwitserland herinneren en de enge marionetten in het statige donkere huis in Alkmaar. Een bijzondere, eigenzinnige maar bovenal lieve Opa.’

Herbert van Erkelens

13 maart 2015

Jan van Erkelens werd op 21 juli 1918 geboren te Alkmaar. Hij stierf op 8 maart 2015 eveneens te Alkmaar.


## Reacties

Jan Klein on 2015-03-18 11:50:30 +0000

Lieve Herbert,

Ik leef met je mee bij het overlijden van je vader. Wsat een mooie, ontroerende afscheidswoorden.

Veel liefs, Jan Klein

piet douma on 2015-03-20 18:25:24 +0000

Beste Herbert, héél veel sterkte met het verlies van je vader. Je doet hem eer met zo’n mooi schrijven! Dank voor het delen en hartelijke groet voor jou en Inge.

Piet Douma