In Lalibela op zoek naar de kern

Wat doen we hier op aarde? En is Nederland wel het gidsland in de wereld? Wat kan Ethiopië ons bieden? Deze vragen spelen door mijn hoofd, nu ik deze zomer verschillende Nederlanders heb ontmoet die herinneringen hebben aan de belegering van de berg Massada door de Romeinen. Alice Hoffman heeft over die belegering een magistrale roman geschreven die De duivenhoudsters heet. Massada is een berg aan de Dode Zee en was het laatste bolwerk van het Joodse verzet tegen de Romeinen. Om uit hun handen te blijven pleegden deze verzetsstrijders massaal zelfmoord. Waarom?

Ton van der Kroon legt in Het labyrint van de tijd uit dat het trekken van lootjes bepaalde wie degenen zouden zijn die de anderen moesten ombrengen. Ieder zwart lootje betekende dat je negen anderen moesten ombrengen. Zelf herinnert Ton zich dat hij als enige levende ziel overbleef om af te dalen in de berg zelf. Daar lagen de schatten van het Joodse volk die niet in verkeerde handen mochten vallen. Hij zette een mechaniek in werking die ervoor zorgde dat de toegangsweg instortte. Het was zijn bestemming om te sterven in de bibliotheek waar ook enkele stenen van Creatie lagen. Door zuurstofgebrek ging zijn fakkel uit. Toen het helemaal donker was, zag hij nog letters door de ijle lucht zweven. Vervolgens kwam het moment waarop hij ook zelf de geest zou geven: ‘Mijn adem werd traag en zwaar. De laatste letter die ik zag was een omega, voordat ik mijn laatste adem uitblies.’

De bedoeling was om de heilige kennis te bewaren en te beschermen voor betere tijden. Die betere tijden zijn nu aangebroken. De verzetsstrijders van toen leven nu in Nederland, maar ze zwermen uit over de hele wereld om de geheime kennis weer boven tafel te krijgen. Een land dat daarbij een belangrijke rol speelt is Ethiopië. Want daar is ten tijde van het bewind van koning Salomo volgens de Kebra Nagast (‘Glorie van de koningen’) de Ark van het Verbond terecht gekomen. Menelik, de zoon van koning Salomo en de koningin van Sheba, zou de Ark hebben meegenomen na zijn bezoek aan Jeruzalem.

Ton omschrijft de inhoud van de Ark als de dertien stenen van Creatie die nooit in handen mochten vallen van de machthebbers. Het gevaar van misbruik zou te groot zijn. De Tempel van Salomo werd verwoest door de Babyloniërs, de Tweede door Herodes herbouwde Tempel werd vernietigd door de Romeinen. De geheime inhoud van het Heilige der Heiligen was echter al veilig ondergebracht in Ethiopië en verspreid over verschillende werelddelen. Een van de Stenen zou in bewaring zijn gegeven van Jozef van Arimathea die deze als Graalsteen naar de Keltische volkeren bracht. De Graalsteen kreeg pas aan het eind van de twaalfde eeuw bekendheid door de Parzival van Wolfram von Eschenbach.

Sheba-nord6

De koningin van Sheba op het noordportaal van de kathedraal van Chartres.

Graham Hancock heeft in Het teken, de zegel en de wachters aannemelijk proberen te maken dat von Eschenbach zijn informatie over de Graalsteen ontleend had aan Tempeliers die de Ethiopische koning Lalibela geholpen hadden om in de stad Roha onderaardse grafkerken te bouwen. Lalibela had 25 jaar lang in Jeruzalem gewoond juist in de periode dat de kruisvaarders de stad hadden ingenomen en de Tempeliers hun intrek hadden genomen in de Al Aqsa moskee op de Tempelberg. Hancock was zijn zoektocht naar de verdwenen Ark des Verbonds gestart toen hij zich in Chartres erover verbaasde dat er een restaurant was dat La Reine de Saba heette. De restauranthouder legde hem uit dat de koningin van Sheba op het westportaal van de kathedraal van Chartres te vinden was.

Hancock vond de legendarische koningin nogmaals terug op het noordportaal waar ook de Ark des Verbond is afgebeeld. Hij verbaasde zich erover dat de bouwers van de kathedraal al in de twaalfde eeuw op de hoogte waren van een geschiedenis die pas in de dertiende eeuw in Ethiopië in de _Kebra Nagast_ op schrift werd gesteld. Hij hoopte in de Parzival aanwijzingen te vinden die erop wezen dat Ethiopië het land van de Graal en dus ook van de Ark zou kunnen zijn. Hij vond die aanwijzingen, reisde opnieuw naar Ethiopië, maar de wachter van de Ark in de heilige kerk van Maria van Zion liet hem natuurlijk niet tot het Heilige der Heiligen toe. De Ark bleef voor Hancock een ongrijpbare schat. Voor hem waren de Graal en de Ark één. En hij besefte dat hij niet tot de uitverkoren hoorde die tot de Graal waren geroepen: ‘Ik ben nooit waardig genoeg geweest.’

Ton van der Kroon had wat dat betreft meer geluk. Maar hij werd geholpen door de kokkin van het Ethiopische restaurant Axum in de Utrechtsedwarsstraat in Amsterdam. Die bleek van de koningin van Sheba af te stammen en wist ook het een ander van de Ark af. Toen Ton met zijn reisgenootschap via een jeep in de Ethiopische stad Axum aankwam, stond Belaynesh daar onverwacht klaar en zei: ‘Hier in de kerk van Maria van Zion wordt de Ark bewaard. In ieder geval, dat is wat ze zeggen. Het is mooi maar het stelt niet zoveel voor. Het is louter ceremonie. Ze dragen een kist naar buiten – een van de vele kopieën, zoals je ook in Gondar hebt gezien – en gaan dan de stad rond. Het is een afleidingsmanoeuvre om het volk tevreden te stellen. Je moet toch iets.’

Even was het reisgezelschap zwaar teleurgesteld dat zij de reis naar Ethiopië voor niets hadden ondernomen. Belaynesh beloofde hun echter dat zij de Ark toch zouden gaan ervaren, niet in Axum, maar in de stad met de onderaardse kerken die inmiddels Lalibela heet en op zo’n 2600 meter hoogte ligt. Die kerken zouden samen een beeld van het Nieuwe Jeruzalem vormen. Belaynesh had al vliegtickets bij zich om ernaar toe te kunnen vliegen. Ton merkt dan op: ‘Het kan wonderlijk lopen in het leven. Soms duurt het eeuwen voordat je ergens aankomt, wat uiteindelijk niet belangrijk blijkt te zijn, en andere keren vlieg je razendsnel naar de juiste locatie zonder enige moeite.’

De reisgidsen van Ethiopië vermelden dat er in Lalibela elf rotskerken zijn. Dus hoe kan je dan ooit de dertiende vinden als je geen hulp hebt van iemand als Belaynesh? Zij merkt op: ‘Prins Lalibela had het visioen om twaalf ondergrondse kerken te bouwen om de energie van de plek te bewaren. Ze liggen aan de voet van de berg. De dertiende kerk bevindt zich echter boven in de berg. We zullen er te voet heengaan. Ik heb twee ezels geregeld om water en onze lunch mee te kunnen nemen.’

Labyrint_van_de_tijd

De heilige berg van Ethiopië heet Abuna Yoseph. Hij is voor Europese begrippen best hoog: bijna 4000 meter. Ook gewone toeristen klimmen deze heilige berg op. Hun gidsen zijn op de hoogte van het bestaan van de verborgen, dertiende rotskerk. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat niets vermoedende westerlingen daarvoor hun leven gaan wagen. Toen Chandra Jacobs in januari 2014 op de twaalfde dag van haar reis door Ethiopië bij het klooster Asheton Maryam kwam, vertelde de gids haar wel dat er nog een rotskerk in de top van de berg verborgen lag. Maar het zou niet de moeite waard zijn om die top te beklimmen.

Asheton Maryam blijkt de twaalfde rotskerk te zijn. Anders dan _Het Labyrint van de Tijd _doet vermoeden, ligt deze kerk niet aan de voet van de heilige berg, maar aan de voet van het hoogste stukje van Abuna Yoseph. De dertiende rotskerk ligt hoger, op een verschrikkelijk ontoegankelijke plek. En zodoende vermoed ik dat het grootste geheim van de wereldgeschiedenis op een veilige plek ligt. Het lijkt erop dat Ton de twaalfde rotskerk beschrijft wanneer hij via een trap omhoog bij een eeuwenoude houten deur aankomt. De precieze locatie van de Ark heeft Ton bewust vaag gehouden:

‘We openden de deur en stonden op de binnenplaats van een kerk die uit de rots was gehakt. Hier, onzichtbaar voor de buitenwereld, lag de dertiende kerk van Lalibela. Een priester in kleurig gewaad wachtte ons op en maande ons onze schoenen uit te doen. Daarna mochten we de kerk betreden.’ ‘Hier is het heilige der heilige’, fluisterde Belaynesh. ‘Het is de plaats waar de kennis is verankerd. Als je je ogen sluit en je je erop afstemt, zul je er iets van gaan ervaren.’

Ton heeft het gevoel dat de geschiedenis tot leven komt. Hij ervaart een labyrint met eindeloze gangen die dieper en dieper de berg ingaan: ‘Iedere gang herbergde een ander deel van de Tijd. Op de tast zocht ik mijn weg. Het leek alsof ik terugkeerde tot het begin van de schepping. En terwijl ik wandelde door de gangen, hoorde ik de echo van eeuwen in mijzelf weerklinken. ‘Schrijf!’ zei de man met de ganzenveer. ‘Schrijf het Boek der Herinnering. Als je wilt weten hoe het verder moet, moet je terug naar het begin…!’

Asheton Book

Een priester van de Asheton Maryam Monastery. Foto: Chandra Jacobs.

Het is mij hieruit wel duidelijk geworden dat Nederland in zijn eentje geen gidsland kan zijn. Wij hebben geen bergen van 4000 meter en Jozef van Arimathea zal de Graalsteen dan ook niet hier verborgen hebben. Wij zijn een land van ontdekkingsreizigers die het van hun kennis moeten hebben. We zouden zelfs een kenniseconomie hebben. Dat betekent wel dat we veel in ons hoofd leven. Toch weet ik dat de energie van het oervrouwelijke, van de Grote Moeder, hier verankerd dient te worden. Uit mijn eigen familie weet ik dat dit een enorme opgave is. Het was mijn moeder die mijn aandacht in de richting van de sterren stuurde. Zij was niet gelukkig, verbitterd en bracht mij als haar zoon uit evenwicht. Met die erfenis heb ik in dit leven te maken. Mijn eerste ervaring met het vrouwelijke is niet onverdeeld positief geweest.

Ik zocht mijn heil in de wis-, natuur- en sterrenkunde, maar ontdekte al snel dat het wereldbeeld in die wetenschappen niet deugde. Na vele jaren kwam ik tot de conclusie dat in dit wereldbeeld het besef van het tijdloze ontbreekt. Daarom proberen sterrenkundigen alles wat zij aan de hemel waarnemen in het verhaal van de oerknal onder te brengen. Vele miljarden jaren terug zou het heelal door de oerknal ontstaan zijn en via allerlei fasen aangeland zijn bij wat we het heden noemen. De reden is dat lineaire tijd in de natuurkunde niet ter discussie staat. Alleen de kwantumfysica heeft een bres in dit wereldbeeld geslagen, maar niet diep genoeg om de overtuigingen van natuurkundigen aan het wankelen te brengen.

Makeda, de koningin van Sheba, is zo vriendelijk geweest om aan Ton uit te leggen dat lineaire tijd een illusie is. Dat blijkt uit de channelings op zijn website. Zij heeft gezegd: ‘Belangrijk is dat u de werking van het labyrint van de tijd gaat verstaan. Tijd is een illusie. Alle verhalen uit het verleden bestaan tegelijkertijd; er is geen tijd, behalve in de geest van de mens. Dat besef van tijd is daar geplant om de meest noodzakelijke structuur aan te brengen in de overvloed van impressies en invloeden in het leven, zoals u ook niet alle zaken in de wereld allemaal tegelijkertijd kunt waarnemen. Uw nieuwsbronnen presenteren u daarom slechts met een beperkte hoeveelheid ‘nieuws’, louter om u een houvast te geven. De tijd doet als het ware het zelfde; het geeft u een logische en lineaire opsomming van verschillende feiten, zodat u denkt dat het leven logisch, c.q. lineair in elkaar zit. Niets is minder waar.’

Is dat ook de boodschap van de dertiende rotskerk? In mijn boek De dertien tonen van de schepping heb ik het getal dertien met leegte en transformatie in verband gebracht. Alleen door overgave aan het nu, aan alles-wat-is, zou transmutatie mogelijk zijn. Overgave is ook erkennen wie we werkelijk zijn, zonder oordelen. We zouden ons daarmee uit de ban van de tijd bevrijden en angst kunnen veranderen in extase. Die ervaring willen machthebbers nu juist van ons afpakken, omdat het aanjagen van angst hun enige manier is om ons onder controle te houden. En tijd vormt hierbij een essentiële voorwaarde.

Makeda heeft het in dit verband over de krachten die de mens verder van zijn eigen kern proberen af te leiden, door ons te misleiden, door angst en haat te zaaien en door de oorsprong van de mens en de waarheid van het universum te verbloemen: ‘Door verwarring raakt de mens steeds verder van zijn kern af en komt daarmee steeds verder in de buitenste ringen van de ui. In de buitenste ring wordt materie, tijd en ruimte steeds vaster en minder beïnvloedbaar. De kern van de mens heeft – doordat jullie niet meer in verbinding staan met jezelf – geen invloed meer op de wereld om jullie heen.’

Birtukan

Birtukan. Foto: David van Reen.

Kan Ethiopië ons weer bewust maken van die kern? Hoe leven de mensen in Ethiopië dan? Ik haal een boek uit de bibliotheek dat Het land van de verbrande gezichten heet en over het leven in Ethiopië gaat. De schrijver en samensteller, fotograaf David van Reen, is katholiek en het meest wordt hij geraakt door het geloof van de mensen. Hij vertrekt uit Lalibela in een andere richting dan Ton en komt bij de eveneens hoog gelegen Yemrehana Krestoskerk uit wat ‘Christus wijst ons de weg-kerk’ betekent. Daar wemelt het van de mensen: ‘Wat me opvalt: jong en oud door elkaar. Ik kan maar aan één ding denken: het geloof. Wat mooi, wat echt. Door de uren, de dagen, maanden, de jaren, de eeuwen heen. Onaangetast, het gaat gewoon door. Alsof de tijd stilstaat, en dat is nu juist in onze westerse samenleving niet meer mogelijk.’

Dat is het dus. Wij kunnen hier in Nederland de tijd niet meer stopzetten. Hier is ook het slingeruurwerk uitgevonden. Daarom hebben we Ethiopië en de Stem van de moeders nodig om terug te kunnen keren naar natuurlijk leven vanuit werkelijke kracht. Daartoe hebben we de ervaring van het labyrint van de tijd nodig, het weefgetouw van verhalen die zich allemaal in het hier en nu afspelen. Ethiopië is een schat aan verhalen en herbergt ook een rijkdom aan mensen die volgens David van Reen minder door het jachtige leven van de westerse beschaving zijn aangetast. Zelf probeert hij via Stichting Lalibela kinderen financieel te helpen zodat ze naar school kunnen gaan en aan sport kunnen doen. Het doet hem zichtbaar goed: ‘In Ethiopië heb ik voor het eerst mensen gezien die nog helemaal echt waren. Pure mensen. Naar onze maatstaven gemeten zijn ze arm, maar ze zijn rijk door de manier waarop ze leven en met elkaar omgaan. Eenvoudig maar waardig.’

Een meisje dat hij onderweg heeft ontmoet heet Birtukan. Haar naam betekent ‘sinaasappel’: ‘Ze is mooi, maar de jurk heeft zijn beste dagen gehad. Toch staat het versleten ding haar goed. Ze schaamt zich niet voor haar armoede en kijkt zelfbewust naar de toekomst.’ Voor het Rijksmuseum in Amsterdam heeft David van Reen Birtukan voorzien van vleugels, de vleugels van een vlinder. Op die manier heeft president Obama bij zijn bezoek aan Nederland oog in oog gestaan met Birtukan die blijkbaar bij ons de hoop op een wederopstanding van de wereld heeft doen herleven. Midden in het Rijksmuseum, onze nationale trots, kijkt Ethiopië, het land van de verbrande gezichten, ons aan.

Herbert van Erkelens

PS. Marc Voorhoeve is in maart 2013 met een groep van Ton in Lalibela geweest. Pas toen is het gelukt de dertiende rotskerk te lokaliseren. Zonder zijn beschrijving van stad en omgeving had ik niet begrepen waar je de kern kunt vinden. Hartelijk dank, Marc.

Relevante websites:

www.tonvanderkroon.nl/

day-12-the-magic-of-lalibela (Chandra Jacobs)

www.davidvanreen.nl/


## Reacties

Sonja Veldheer on 2014-08-17 11:41:16 +0000

Een mooi stuk Herbert voor een dag als vandaag, met veel wolken en wind!

Triscot Ronde on 2015-03-28 14:12:55 +0000

Beste Herbert wederom bedankt voor dit stuk.De tweede wereldoorlog begint in 1935 in Ethiopie als de troepen van Mussolini ,de uitvinder van het fascisme met de zegen van de Paus en de koning Victor Emanuel van Italië ,het heilige land binnen vallen.Het doel was de Ark te bemachtigen en de Leeuw van Juda te doden(kruizigen)om wereld heerschapij te bewerkstelligen dit deed men met behulp van het verboden mosterdgas.Na een dappere strijd gevochten te hebben,met hulp van het Nederlandse Rode Kruis,besloot de keizer in lalibella te sterven door zijn luchtafweer geschut op de Sint Joris kerk te zetten.Dit werd hem afgeraden door zijn priesters die zeiden,u bent niet het Lam voor de slachting u bent de overwinende Leeuw van Juda. Hij verliet zijn door fascisten vergiftigde land en reisde eerst naar Jerusalem om de Ark in Ethiopische klooster onder te brengen om daarna de wereld leiders in Geneve(volkerenbond) te waarschuwen voor het komend gevaar van fascisme.Hij werd beschimpt en uitgelachen en sprak toen de profetische woorden,it is me today it will be you tomorow you strike a match in Ethiopia but the fire will burn Europe,het was 1936.De bijdrage van het Nederlandse Rode Kruis staan beschreven in de boeken ,Tuschen bommen en Roovers en Doktoren op Marsch.