Een nieuwe koers

Dit is het laatste artikel van de oude website. In maart 2009 ben ik begonnen die eerdere website op te bouwen. Ik was een pionier in bewustzijn en had geen idee waar mijn leven heen zou gaan. Inmiddels kondigt zich een grote verandering aan. Vier jaar lang heb ik over allerlei zaken diep nagedacht. Maar nu heb ik ineens een graalverhaal geschreven. Ik heb de moed gehad mijn denken even uit te schakelen en voorrang te verlenen aan de verbeelding.

In de zomer van 2009 moest ik mijn leven opnieuw uitvinden, omdat mijn dochter Kim haar VWO-diploma had gehaald. Het was niet meer nodig om haar bij huiswerk te begeleiden omdat zij vanwege een beperking (of juist een uitbreiding) moeite had met de wijze waarop het VWO functioneerde. Ik was in die tijd het meest geïnteresseerd in de opening van het vierde Oog van God, het Oog dat in de hartchakra verborgen ligt. Volgens de transmissies van het medium Judith Moore was het vierde Oog verbonden met het vijfde element, onze stem die liefhebbende woorden van dankbaarheid spreekt.

Pas nu is het zover dat ik deze verschuiving van het denken naar het hart en naar onze stem in een boekje centraal heb gesteld dat De spiegel van Magdala heet en in augustus beschikbaar zal komen. Ik had natuurlijk een klein onderdeel uit het werk van Judith onder mijn hoede kunnen nemen. Maar ik ging Judith ook stimuleren op zoek te gaan naar een nieuwe Kabbala en zodoende ben ik vier jaar lang bezig geweest om vele transmissies van haar in het Nederlands te vertalen. Ik gaf daarbij prioriteit aan transmissies die op Maria Magdalena betrekking hebben. En toen gebeurde het onverwachte: tijdens een workshop met Judith in maart 2011 stormde Maria Magdalena hoogst persoonlijk mijn leven binnen.

Ja, wat doe je dan? Een jaar later lag er een door mij samengesteld manuscript over recente graancirkels waarin heel wat boodschappen van Maria Magdalena verwerkt waren. Tijdens een werkbespreking met Judith legde ik mijn hand op dit manuscript en voelde ik de energie van de Magdaleense heel sterk. Tegelijkertijd kreeg Judith een boodschap door die voor mij was bestemd. Tot mijn verrassing begon Maria Magdalena over de grootste frustratie uit mijn leven: mijn vergeefse poging om een natuurwetenschap te ontwikkelen die met liefde te maken had en op synchroniciteit, het principe van zinvol toeval, was gericht. Zij legde mij uit dat het niet mijn schuld was geweest dat dit project was mislukt. De weerstand van de kant van de universiteit was te groot geweest.

Een week later gebeurde er opnieuw iets merkwaardigs. Ik ging met een vriendin naar een retraite in de volksabdij bij Ossendrecht. De retraite werd geleid door Judith. Wij waren met ons tweeën alleen maar tijdelijk op bezoek. Een vrouw die de hele retraite volgde barstte in tranen uit, toen ik wat vanuit mijzelf naar voren bracht. Zij riep de hele tijd: ‘Er moet een vrouwelijke taal komen.’ Judith gaf mij bij die gelegenheid het manuscript terug. Er zat verrassend genoeg een voorstel bij dat Maria Magdalena aan een vriend van mij had gedicteerd.

Maria Magdalena had geopperd dat mijn vriend een boek zou schrijven door steeds een stuk van ons manuscript te lezen en dan aan haar te vragen de inhoud daarvan in haar eigen woorden weer te geven. Het resultaat hiervan zou nog steeds de inhoud van het manuscript zijn, maar in een nieuwe taal, de taal van de vrouwelijke Christus: ‘Dit boek dient geschreven te zijn vanuit de Graal, niet vanuit de mannelijke taal. Het dient geformuleerd te zijn in de liefhebbende stem van Maria Magdalena die zegt: “Lieve kinderen, verzamelt jullie rond een vertelling over ridders en prinsessen, draken en een schat.” Het voordeel hiervan zou een dun, attractief, elegant, vrouwelijk boek zijn dat toegankelijk is voor iedereen. En dat boek zou een poort kunnen openen. Mensen kunnen dan kiezen hoe zij verder willen gaan. Wie bepaalde zaken verder wil onderzoeken, kan zich in de nadere details verdiepen die in het werk van Judith en de uitleg van Herbert te vinden zijn.’

Het heeft niet zo mogen zijn. De transmissies van Judith zijn met mijn uitleg verschenen zonder het dunne boekje daarbij dat voor iedereen toegankelijk zou zijn. Dat is jammer, maar wat niet is, kan nog komen. Zelf ben ik op een nieuw spoor gezet doordat ik eind november van het vorige jaar in cranio-sacraal therapie ging. Omdat dat een manuele therapie is, had ik niet verwacht dat daardoor ook  mijn werk beïnvloed zou worden. Maar vanaf Kerstmis 2012 begon ik anders te dromen en wist ik dat ik voor een grote verandering in mijn leven stond. Omdat er voor mei van dit jaar een workshop met Judith stond gepland, heb ik mij nog wel verdiept in transmissies die daarbij van belang waren. Maar mijn lichaam gaf er tijdens de workshop de brui aan.

Vanaf de workshop had ik een blaasontsteking en moest ik een manier zien te vinden om die infectie weer kwijt te raken. Eerst ben ik naar mijn huisarts gegaan die heel verrast was en informeerde of het een SOA kon zijn. Nee, het was geen SOA, maar een workshop met Judith is ook niet ongevaarlijk. Ik moest met mijn urine naar het ziekenhuis en kreeg een kuur met antibiotica. Ik weet niet welke urine-infectie zij in het lab hebben vastgesteld. Maar ik weet wel dat de pillen die de huisarts voorschreef voor geen meter hielpen. Toen ben ik op radicalere middelen overgestapt: een kruidenmengsel van Van der Pigge, een flinke voorraad Cranberry sap en een zelf bedachte kuur om in een andere stemming te komen.

Die kuur is mij goed bevallen. Ik kocht in een winkel die toen nog de Slegte heette een roman van Alice Hoffman die De IJskoningin heette. Kort daarop ging ik naar de stadsbibliotheek en kwam met een roman thuis van dezelfde auteur. De roman heette De derde engel en zou over de alchemie van de liefde gaan. Ik ging ook luisteren naar oude hits van Barbra Streisand en hoopte op het wonder van genezing dat helaas uitbleef. En toch voelde ik mij al een beetje een ander mens.

Merlijn. Uit: ‘The Mists of Avalon’.

Half juni was ik bij mijn dochter Laura en haar vriend Ben op bezoek. Zij stelde mij voor een sprookje te schrijven. Dat wilde zij dan wel illustreren. Een week lang heb ik over dit voorstel nagedacht. Ik zag een jongeman voor mij die met de tovenaar Merlijn en een zwarte kat op stap was. Maar ik wist aanvankelijk niet welk avontuur die met hun drieën zouden kunnen beleven. Wel gaf ik die jongeman een ring mee die met magie en liefde verbonden is. Een dergelijke ring had ik ooit gevonden in het werk van theoretisch fysicus Wolfgang Pauli. Tijdens een actieve imaginatie krijgt deze Pauli die ring aangeboden door een Chinese dame, een dame die boven de tegenstellingen van yin en yang staat. Maar hij accepteert het geschenk niet.

Uiteindelijk besloot ik een Joodse graalridder te verzinnen die deze ring wel accepteert en met die last op zoek gaat naar Sara de Zwarte, de verloren Graalprinses. Deze Joël laat ik vergezeld gaan door een Keltische schoonheid die Gwendolyn heet. Op die manier kon ik het verhaal laten aansluiten bij de problematiek waarmee Pauli worstelde. Bij hem was de anima, de vrouwelijke personificatie van het onbewuste, in twee delen uiteengevallen, in een lichte en een donkere anima. De lichte anima stond voor de inspiratie die in de natuurkunde geaccepteerd was. De donkere anima lag bij hem dwars en bracht hem juist in conflict met de positie die hij aan de universiteit bekleedde. Het gaat om een problematiek waarmee veel mannen worstelen, omdat onze samenleving geen boodschap aan het onbewuste heeft. Maar niet alle mannen krijgen in hun verbeelding zo’n mooie ring aangeboden om uit het conflict te kunnen stappen. Mijn Joël dus wel en halverwege het verhaal begint hij van twee vrouwen te houden die voor de lichte en de donkere anima staan. Dat is een belangrijke stap op zijn weg naar heelwording.

Al gauw was ik zo geabsorbeerd door de ontwikkelingen in dit verhaal dat mijn blaasontsteking compleet verdwenen was. Verder merkte ik dat Joël zijn missie alleen maar kon voltooien als Maria Magdalena hem hielp. En zodoende kon ik in het verhaal ook de wens van haar kwijt om op een eenvoudige manier onder de aandacht te worden gebracht. Vier weken lang ben ik ermee bezig geweest. Daardoor kon ik pas echt een punt zetten achter de samenwerking met Judith Moore. Ik had ineens mijn eigen verhaal en het was niet meer nodig dat ik aanhaakte bij het verhaal van iemand anders.

Natuurlijk is ‘Joël, de Joodse graalridder’ niet het dunne boekje met vrouwelijke taal dat Maria Magdalena voor ogen zweefde. Ik kon het avontuur van Joël alleen maar schrijven door ook mijn eigen dromen en de ring van Pauli erin te verwerken. Hierdoor weerspiegelt het verhaal meer de problematiek die bij Tolkien in In de ban van de ring aan de orde wordt gesteld. Met dit grote verschil dat Frodo een ring van macht draagt en Joël een ring van liefde.

De lijdende Visserkoning in Parsifal (opera van Wagner).

Achteraf gezien had ik deze stap niet kunnen zetten zonder de cranio-sacraal therapie. Ik had al vanaf januari toegang gekregen tot delen van mijn ziel die lange tijd onbereikbaar waren geweest. En tijdens de workshop met Judith moest ik met al die losgekomen emoties een vreemde manoeuvre maken. Dit was de eerste keer dat de gezamenlijke voorbereiding in feite was mislukt. Het waren twee workshops ineen. En waarschijnlijk heeft het bekkengebied in mij gewoon gezegd: dit nooit meer.

Kortom: je hebt het vierde Oog van God en ook het vijfde element. Maar je aandacht dient verder omlaag te gaan in je lijf. Dat staat ook in De spiegel van Magdala. Maar Judith is een vrouw en als ik afdaal kom ik bij de fallus-energie uit die in de Kabbala door de sefira Jesod wordt verbeeld. En in die streek heeft de Visserkoning, de lijdende koning uit de graallegenden, een wond die niet door de Graal genezen kan worden. De wond kan alleen genezen doordat er een nieuw type man ten tonele verschijnt.

In de twaalfde eeuw was dat Parcival die twee keer toegelaten wordt tot de graalburcht, maar geen pogingen onderneemt om de Graal mee te nemen naar de Ronde Tafel in het kasteel Camelot van koning Arthur. Er is dus nog wat te doen voor Joël. Aan het eind van het verhaal slaagt hij samen met Gwendolyn erin Sara met de Graalsbeker naar Camelot te brengen. Dus ik hoop dat zijn verrichtingen ooit in druk verschijnen, uiteraard met illustraties van mijn dochter Laura.

Herbert van Erkelens