Westafrikaanse orakelkunde

Ik wandelde op een vrijdag de boekhandel De Slegte binnen in de Kalverstraat. Het moet begin juni 1972 zijn geweest. Ik stevende op de kast psychiatrie af. Eén titel viel mij direct op: Zahl und Zeit van Marie-Louise von Franz. Ik haalde het boek te voorschijn en vertaalde voor mijzelf de titelpa­gina: ‘Getal en tijd: psychologische overwe­gingen ten behoeve van een toenadering tussen natuurkunde en dieptepsy­chologie.’ Ik was verbluft. Ik had het gevoel dat dit boek helemaal alleen voor mij had klaar gestaan. Ik kocht het, reisde naar mijn ouderlijk huis om daar het weekend door te brengen en stortte mij in Zahl und Zeit. Wat mij vooral raakte was de uitgebreide aandacht die Von Franz in dit boek aan orakelkunde besteedt. Dat was precies wat ik nodig had. Ik was het spoor in mijn relatie tot het onbewuste kwijtgeraakt en ik was op zoek naar waarheid. Ik wilde niet in een of ander illusieland verdwalen.

 

Verhelderend in dit verband vond ik de filosofie van de Fon, een negerstam uit Dahomey (nu Benin)  in West-Afrika. Von Franz beschrijft enkele denkbeelden uit de orakelkunde van de Fon. Zij heeft die ontleend aan La Géomancie à l’ancienne Côte des Esclaves van Bernard Maupoil uit 1943. Volgens het inzicht van de Fon berust waarzeggerij op de werking van de godheid Fa die geen gewone god of demon is, daar hij geen bezetenheid of trance veroorzaakt, maar de mensen vriendelijk gezind is en enkel aan het individu de waarheid openbaart. De mens die het geheim van het leven zoekt dient zich tot Fa te wenden, daar deze god de enige is die de waarheid van het leven kan openbaren. Het in contact treden met deze godheid geschiedt via het orakel van Fa (in West Nigeria: Ifa). Fa stelt dat aspect van het innerlijk godsbeeld, van het Zelf, voor dat de mens naar hogere bewustwording leidt. Iedere moeilijkheid, hoe “heet” ook van inhoud, komt in contact met Fa tot rust en “koelt af.” Fa brengt verlichting aan alle mensen, hij verhult niet, hij strekt open zijn handen uit.

 

Maar het onbewuste omvat ook chaos en dreiging. Daarom staat er achter Fa nog een grotere, meer duistere vrouwelijke godheid, Gba’adoe geheten, die bloeddorstig is en de hoogst mogelijke zelfkennis voorstelt die een mens kan bereiken. Gba’adoe omvat al het bestaande en haar geheim zou niet in dit leven ervaren kunnen worden, pas in de dood. Von Franz ziet Fa en Gba’adoe beide als symbolen van de Unus Mundus, de ene wereld, die nog niet in psyche en materie is uiteengevallen. Maar Gba’adoe is meer omvattend dan Fa: ‘Zij is in zekere zin een nog omvangrijker symbool van de Unus Mundus dan Fa, daar zij al het bestaande omvat, ook de duistere, dodelijke en chaotische krachten van het zijn, terwijl Fa – een geest van waarheid –  meer uitsluitend de “mensvriendelijke” kant van het symbool van het Zelf voorstelt. Gba’adoe staat als laatste gestalte nog achter Fa die men als de naar het menselijk leven toegekeerde zijde van het Zelf zou kunnen karakteriseren. Gba’adoe daarentegen, als het geheim achter dit bestaan, is niet in dit leven ervaarbaar, maar een geheim dat pas in de dood openbaar wordt.’

 

 

 

Babalawo Kolawole Ositola opent het orakel van Ifa.

 

 

Deze inzichten uit donker Afrika spraken mij enorm aan. Ik had behoefte aan oriëntatie in mijn leven en het was zeer belangrijk voor mij dat orakelkunde mij waarheid kon openbaren. Om deze reden schafte ik het Chinese orakel- en wijsheidsboek aan dat in Zahl und Zeit werd aangeraden. Het heette de I Tjing of Boek der Veran­derin­gen en bevatte een uitvoerig commentaar van sinoloog Richard Wilhelm. Uiteindelijk had ik wat gevon­den dat mij bij mijn worsteling met het onbewuste zou kunnen helpen. Want als de Fon gelijk hadden, was de orakel­kun­de bedoeld om de mensen inzicht in de waarheid te ver­schaf­fen, niet om hen nog verder in het moeras te hel­pen. Inderdaad vond ik dankzij de I Tjing enig houvast in mijn leven. Ik stond niet meer hulpeloos tegenover een overmach­tig onbewuste. Ik kon mij zelfs verzoenen met mijn lot, omdat ik nu een middel in handen had gekregen om de zin van de gebeurtenissen in mijn leven te doorgronden.

 

 

Eshoe, de boodschapper

 

Aanvankelijk ondernam ik geen poging om meer van Fa en Gba’adoe te weten te komen. Maar in de winter van 1977 logeerde ik een week bij mijn nichtje Keesje en haar man Jim in Londen. Ik bracht een bezoek aan het Museum of Mankind en liep zonder vooropgezette bedoeling een tentoonstellingsruimte binnen die aan de religieuze praktijken van de Yoroeba was gewijd. De Yoroeba vormen een volk. Zij wonen grotendeels in Zuidwest-Nigeria. Zodra ik die ene ruimte betreden had, voelde ik aan de atmosfeer dat ik een wereld binnenkwam die mij op de een of andere wijze vertrouwd was. Ik zag de prachtigste voorwerpen en werd machtig aangetrokken door de sfeer die alles uitstraalde. Ik besefte ineens dat dit de wereld was die door Marie-Louise von Franz in Zahl und Zeit aangeroerd was, de wereld van West-Afrika. Dat verheugde mij zeer en vanaf die bijzondere dag begon ik informatie over de Yoroeba te verzamelen. Ik ontdekte al snel dat hun cultuur nauw aan die van de Fon verwant was. Maar het wereldbeeld van de Yoroeba was toegankelijker voor mij, omdat de publicaties daarover in het Engels waren. Nigeria was Brits geweest, terwijl Dahomey onder Frans bestuur had gestaan. Zodoende besloot ik mij te verdiepen in de wereld van de Yoroeba. Daarbij hoopte ik te ontdekken welke godheden van de Yoroeba met Fa en Gba’adoe overeenkwam.

 

Gba’adoe kon ik niet meteen identificeren, maar Fa wel. Hij wordt bij de Yoroeba Ifa of Oroenmila genoemd. Oroenmila is de orisha van het orakel van Ifa. Een orisha is een vergoddelijkte voorouder of een gepersonifieerde natuurkracht. Oroenmila is een goddelijke waarzegger-genezer (‘diviner-healer’), terwijl Ifa het orakel of een personificatie van het orakel voorstelt. De Yoroeba kennen het ambt van orakelpriester dat in het christendom ontbreekt. Een priester  in dienst van Oroenmila wordt een babalawo genoemd wat ‘vader van geheimen’ betekent. Om het orakel van Ifa te raadplegen gebruikt een babalawo een orakelbord met zestien palmnoten. Wat de priester dan doet is het volgende. Hij schudt de palmnoten met beide handen. Vervolgens probeert hij met zijn rechterhand zoveel mogelijk palmnoten te grijpen als hij maar kan. Er blijven dan in de regel een of twee palmnoten in zijn linkerhand over. In het eerste geval trekt de babalawo twee naast elkaar opstaande streepjes in de houtpulp die hij heeft uitgespreid op het orakelbord voor hem. In het tweede geval trekt hij één opstaande streep. Deze procedure wordt acht maal herhaald, afgezien van de keren dat hij nul palmnoten overhoudt. Op die wijze verkrijgt hij twee tetragrammen. Deze tetragrammen worden als levende wezens beschouwd. Zij worden Odoe genoemd. Er zijn 256 mogelijk uitkomsten van het orakel van Ifa, de 16 hoofd-Odoe die samengesteld zijn uit twee identieke tetragrammen en de 240 mengvormen, de omo-Odoe, die als een bezoek van de ene Odoe aan de andere kunnen worden opgevat. Aan de 256 uitkomsten zijn talrijke vertellingen en mythen verbonden die mondeling worden doorgegeven. De Yoroeba menen dat Ifa de gehele wijsheid van de voorouders en de gehele wijsheid van de orisha omvat. Het leven van Ifa overtreft daarmee zelfs de koelheid van water.

 

 

 

 

Orakelbord met het gezicht van Eshoe.

 

Dit is echter maar één kant van de zaak. Het orakelbord is op specifieke wijze versierd, het heeft een opstaande rand waarin hagedissen, vogels, schildpadden en andere traditionele motieven zijn gekerfd. Onder deze motieven bevindt zich steeds een gestileerd menselijk gezicht. Het is het gezicht van Eshoe, de boodschapper van de orisha. De babalawo plaatst bij een consult het orakelbord zo voor zich dat Eshoe hem recht aankijkt. En terecht, want Eshoe is de machtigste van de orisha. Bovendien heeft hij volgens de overlevering aan Oroenmila het Ifa-orakel geleerd. De relatie tussen Oroenmila en Eshoe is dan ook hecht. Terwijl Oroenmila het principe van morele ordening vertegenwoordigt, is Eshoe de grote ordeverstoorder in het leven van alledag. Oloeron, de hemelgod en tevens de godheid van het lot, heeft Eshoe namelijk ashe verleend, de macht om dingen te laten gebeuren en zich te laten ‘vermenigvuldigen.’ Ashe betekent letterlijk ‘het zij zo, fiat.’ En met deze macht gewapend voert Eshoe zijn plichten uit als inspecteur en rapporteur van Oloroen. Iedere ongerechtigheid, ontoereikendheid, zorgeloosheid of hebzucht worden genadeloos door hem afgestraft. Rampen en tegenspoed die bij toeval ontstaan lijken te zijn blijken achteraf het werk van Eshoe te zijn geweest.

 

Omdat belangrijke publicaties over het orakel van Ifa nog moesten verschijnen, zou het enige jaren duren voordat ik het samenspel tussen Ifa en Eshoe beter zou begrijpen. De cultureel antropoloog E. McClelland merkt in haar boek The Cult of Ifa among the Yoruba (1982) op: ‘Net zoals Ifa vereerd wordt als de goddelijke onderwijzer die de mens op de hoogte brengt van de wil van Oloroen en hem helpt deze uit te voeren, zo wordt Eshoe, de “hemelse gerechtdienaar” zoals hij wordt genoemd, gevreesd voor het omgekeerde proces. Ook hij weet wat het orakel heeft gesproken en al zijn energie richt hij erop iedere handeling te ontdekken die een consultant diskwalificeert, zodat hij deze tot wanhoop kan brengen.’ Aan de andere kant verzacht hij het lot van de mensen die hem gunstig gestemd hebben. En daarom luidt het gezegde: ‘Men vlucht niet van hem weg noch wacht op hem.’ Eshoe wordt door de Yoroeba onder meer geportretteerd als een eenzame, kinderloze zwerver. Hij is de god van de marktplaatsen en de kruispunten, omdat hij daar actief is waar twee wegen elkaar kruisen. Zijn andere naam is Elegbara of Elegba, wat ‘hij die macht heeft’ betekent.

 

Met die macht doorkruist hij onze eigen subjectieve plannen en bedoelingen. Daarom is Eshoe moeilijk tot kalmte te brengen. Ifa brengt uit zichzelf verkoeling, maar Eshoe dient via regelmatige offerhandelingen tot matiging en bezinning gebracht te worden. De Yoroeba worden daarin bijgestaan door het raadselachtige wezen genaamd Ela. Ela wordt beschouwd als broer van Ifa, of als de zoon van Ifa. Hij vormt eerder een invloed dan een persoonlijkheid, een invloed gericht op vrede en verzoening. Men zegt dat hij in staat is de wereld voor een catastrofe te behoeden. Volgens de Ifa-literatuur oefent hij dan ook enige controle uit over Eshoe: ‘Wanneer hij-die-macht-heeft van plan is de wereld te ontwrichten, is het Ela die hem tegenwerkt. Ela ontvangt geen loon. Ela ontvangt geen kolanoten.’ Hij wordt verder omschreven als onvoorwaardelijk goed, zuiver als kristal en wordt aangesproken als ‘de stralende, helder als een vallende ster.

 

 

 

 

Eshoe met rode papegaaienveer.

 

 

Robert Farris Thompson merkt in Flash of the Spirit over Eshoe-Elegbara op: ’Volgens de legende stond de geschiedenis van de Yoroeba goden op een kruispunt toen ieder van hen uit wilde vinden wie onder God de grootste was. Alle goden begaven zich naar de hemel, ieder met een rijke offergave op zijn of haar hoofd. Allen op één na. Eshoe-Elegbara had van tevoren wijselijk de god van de orakelkunde met een offer geraadpleegd. Hem was verteld om naar de hemel enkel een karmozijnrode papegaaienveer, rechtop op zijn hoofd gezet, te brengen om aan te geven dat hij geen lasten op zijn hoofd wenste te dragen. In antwoord op de vurige flits van de papegaaienveer, het teken zelf van de bovennatuurlijke kracht en van ashe, schonk God aan Eshu de kracht om alle dingen te laten gebeuren en zich te laten vermenigvuldigen (àshe – het zij zo).’

 

 

Het geschenk van Odoe

 

In de jaren negentig was ik nog steeds bezig met de kern van mijn inspiratie uit juni 1972. Daarom heb ik in het voorjaar van 1994 het raadsel van Gba’adoe tot een oplossing gebracht. Daarbij werd ik geholpen door de antropoloog Hans Witte die conservator van het Afrikamuseum in Berg en Dal was geweest. Dit heb ik beschreven in mijn artikel ‘Westafrikaanse symbolen van de Unus Mundus’ dat in het Jaarboek van de Interdisciplinaire Vereniging voor Analytische Psychologie verschenen is. Volgens Maupoil is Gba’adoe een echtgenote van Fa. De enige echtgenote die daarvoor in aanmerking komt is de grote heks Odoe. Zij wordt geassocieerd met de Igba Odoe, de kalebas van Odoe. Vandaar dat ik Gba’adoe als de kalebas van Odoe ben gaan opvatten.

 

Als grote, machtige heks is Odoe met het element ilè verbonden. Aiye is de bewoonbare wereld, daarbuiten ligt ilè, de wildernis. Ilè is het modderige oerwater waarop aiye is gelegd. Oroen verwijst naar de hemel, naar de andere wereld. Oloroen is heer van de andere wereld. Aanvankelijk bestaat de kosmos uit oroen en ilè, uit hemel en aarde. In het zuidwesten van Yoroebaland worden oroen en ilè in verband gebracht met Obatala en Odoedoea. Obatala is ‘de koning van het witte kleed.’ Hij is de schepper van de mensheid en kneedt de mensen uit leem. Soms gaat er daarbij weleens iets mis, vooral als hij teveel palmwijn heeft gedronken.

 

Leo Frobenius noemt Odoedoea ‘de zwarte aarde.’ Het huwelijk tussen de witte Obatala en de zwarte Odoedoea symboliseert de twee-eenheid van hemel en aarde. Beiden zaten in een kalebas: ‘Obatala zat boven, onder het deksel, en Odoedoea beneden, in de diepte, in de afgrond onder wateren omgeven door de diepste duisternis die door de nacht, de angst en de honger doorkruist werden.’ (Noël Bandin) Het huwelijk tussen beiden was niet erg vreedzaam. Ze zaten samengeperst in een kalebas en hadden veel ruzie. Tijdens een van die ruzies sloeg Obatala zijn vrouw de ogen uit. Deze vervloekte daarop haar man: ‘Jij zult alleen nog slakken eten.’ Dat is de reden dat Obatala zich het rode bloed van offerdieren moet ontzeggen. En Odoedoea was de blinde koningin van de nacht en duisternis geworden. De kalebas barstte open en Obatala steeg op naar de hemel. Zo werden hemel en aarde gescheiden.

 

                                                           Obatala

                                                              |

                                                              |

               Ogoen  —–  Odoe  —–  Obaloeaiye

                                      |

                                      |

                               Odoedoea

 

                    Structuur van de Igba Odoe.

 

De Igba Odoe, de kalebas van Odoe, is rijker van inhoud. Want daarin spelen ook Ogoen en Obaloeaiye een rol. Ogoen is met het ijzer verbonden. Hij is een cultuurbrenger, omdat hij met zijn mes een weg door het oerwoud kan openen. Obaloeaiye betekent ‘koning (oba) van deze wereld (aiye).’ Hij is de pokkengod, die niet meer met oroen, de andere wereld, is verbonden. Eens verbleef hij in oroen en wilde hij met de andere orisha dansen. Maar omdat hij zwak en verlamd was, struikelde hij en viel op de grond, tot leedvermaak van de overige orisha die zijn val nadeden en hem begonnen te bespotten. Zijn woede kende daarop geen grenzen en hij probeerde de orisha met de ziekte pokken te treffen. Deze verijdelden zijn plan maar ternauwernood en verdreven hem uit oroen naar de wildernis ilè. Daar verblijft hij nu. Gedurende het heetste deel van de dag komt hij hinkend te voorschijn en richt zijn woede tegen de mensen op vergelijkbare wijze als hij dat tegenover de orisha had gedaan.

 

Wanneer Odoe ernaar verlangt naar de plaats te gaan waar de ouden verblijven, wordt zij door de angst overvallen dat zij niet meer de woorden van de babalawo, haar kinderen, zal kunnen horen en dat zij hen niet meer met raadgevingen kan bijstaan. Daarom gaat zij op zoek naar een voorwerp waartoe zij zich kunnen wenden. Gezeten op haar apère, haar grote cilindervormige doos, voert zij beraadslagingen met haar vier raadgevers. Het zijn Ogoen,  Obaloeaiye, Obarisha en Odoedoea. Obarisha is een andere naam voor Obatala en betekent ‘koning van de orisha.’ Deze vier hebben in het bos een bijzondere kalebas overdekt met uitwassen gevonden. In feite gaat het om vier kalebassen die Ogoen ‘in vier wegen’ opensnijdt.

 

Obarisha neemt voor zichzelf de kalebas die met witte kalk is gevuld. En geeft deze aan Odoe en draagt haar op de kalebas in de apère te zetten. Hij zegt daarbij dat wanneer haar kinderen voor hem de cultus uitvoeren zij de cultus van de kalebas met witte kalk zullen uitvoeren. Obarisha zal niet strijden daar ‘hij en zij, Odoe, één zijn.’ Obaloeaiye doet hetzelfde met een kalebas gevuld met rode houtpoeder, een substantie waarmee hij traditioneel zijn lichaam inwrijft. Ogoen voegt een kalebas met zwart houtskool toe. Hij is als ijzergod verbonden met houtskool nodig voor het vuur van de smid. Tenslotte brengt Odoedoea een kalebas met bruine klei mee. Odoe accepteert de vier kalebassen die zij in haar apère legt. Daarop zet zij zelf een vijfde kalebas in het midden, vermoedelijk gevuld met rode en witte kolanoten. Want sinds die dag vereren de babalawo Odoe met deze vruchten. De ‘vier hoeken van de wereld’ (oost, zuid, west, noord) bevinden zich nu in de Igba Odoe die tevens het huis van Odoe is. De vier hoeken zitten in de vier kalebassen. Dit maakt volgens Hans Witte de Igba Odoe als het machtigste, centrale symbool van de cultus van Ifa tot het beeld van de kosmos.

 

De Igba Odoe vormt inderdaad een symbool van de Unus Mundus, de ene wereld. De tegenstellingen zijn in de Igba Odoe verenigd. Tweemaal gaat het om de tegenstelling tussen oroen en ilè, tussen de hemel waar de orisha vertoeven en de wildernis waar Obaloeaiye en Odoedoea, maar ook de heksen verblijven. Dankzij Odoe werken oroen en ilè met elkaar samen tot het welzijn van de mensen. Op het snijpunt van de twee wegen die oroen en ilè met elkaar verbinden zit Odoe zelf, de Grote Heks die daarmee aangeeft het werkelijke centrum van de kosmos te zijn.

 

Het geheim van de Igba Odoe is de door Odoe bewerkstelligde vereniging der tegenstellingen. In de kalebas treffen wij de witte wereld van Obatala en de zwarte duisternis van Odoedoea aan, de machtige wereld van Ogoen die wegen kan openen en Obaloeaiye die wegen voor altijd kan sluiten. Geen wonder dat dit symbool voor de babalawo zo’n centrale betekenis heeft. Omdat Odoe zelf gestorven is, kan de Igba Odoe ook als het opstandingslichaam van Odoe worden opgevat. Zij is heengegaan, maar de babalawo kunnen Odoe nog altijd via het huis van Odoe of kortweg de Odoe raadplegen. En dat geeft hun veel troost: ‘Ik heb nu de Odoe gezien. De dood bestaat niet meer voor mij. Mijn ogen hebben de Odoe gezien.’

 

 

Herbert van Erkelens © 2013

 

Marie-Louise von Franz, Zahl und Zeit. Psychologische Überlegungen zu einer Annäherung von Tiefenpsychologie und Physik, Ernst Klett, Stuttgart, 1970.

E. McClelland, The Cult of Ifa among the Yoruba. Volume 1. Folk Practice and Art, Ethnografica, London, 1982.

Herbert van Erkelens, ‘Westafrikaanse symbolen van de Unus Mundus’, Jaarboek van de Interdisciplinaire Vereniging voor Analytische Psychologie, nr. 18, 2002.

Hans Witte, Ifa and Eshu. Iconography of order and disorder, Kunsthandel Luttik, Soest, 1984.

Robert Farris Thompson, Flash of the Spirit. African and Afro-American Art and Philosophy, Random House, New York, Vintage Books Edition 1984.

 


## Reacties

Ivon Versnel on 2015-01-15 00:21:09 +0000

Weet je dat er nu een opleiding is gestart of binnenkort begint in Nijmegen om het Ifa orakel zelf te leren toepassen?! Zie http://www.mijnroots.com/ !

Woji Christ Olyslaegers on 2016-11-28 00:20:25 +0000

kan u mij meer info geven over het symbool van de schildpad voor de ifa of yorouba, en wie Oya is en Oya Woji?

Herbert van Erkelens on 2016-11-29 07:40:38 +0000

Oya is de vrouwelijke orisha van de wind, de storm en daarmee bij gelegenheid ook van vernietiging. Maar de combinatie met Woji ben ik niet tegengekomen. De schildpad heeft in verschillende culturen met Moeder Aarde en met orakelkunde te maken. Verder reikt mijn kennis niet.