De brief van Charlotte Salomon

Een tot nu toe onbekende brief heeft de belangstelling voor Charlotte Salomon weer doen toenemen. Dertig jaar terug was zij een beroemdheid in Nederland. Haar werk was geschonken aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Frans Weisz had op grond hiervan een mooie film over haar leven gemaakt die in 1980 uitkwam. En een jaar later verscheen Leven of Theater? Een autobiografisch zangspel in 769 gouaches waarvan ik de Duitse uitgave bezit. Charlotte Salomon was Joods, maakte in Berlijn de opkomst van Hitler mee, vluchtte in 1939 naar Villefranche bij Nice, maar werd in 1943 door de Gestapo opgepakt.

 

Hoe kun je überhaupt in zo’n tijd leven? In de familie van Charlotte hadden zij daar al moeite mee zonder de dreiging van de nazi’s. Dat kwam Charlotte te weten van haar grootvader die het familiegeheim aan haar in Villefranche verklapte, toen haar grootmoeder haar eerste zelfmoordpoging had gepleegd. Van Grosspapa hoorde zij pas dat haar eigen moeder zich uit het raam had geworpen. Dat was gebeurd toen zij zeven jaar oud was.

 

Het familiedrama vormt de eigenlijke inhoud van het autobiografische zangspel. Om niet gek te worden besluit Charlotte in de zomer van 1941 een verhaal te gaan schilderen. Grossmama heeft zich dan al uit het raam geworpen. Eerder heeft Charlotte tegen haar grootvader gezegd: ‘Ik heb het gevoel dat we de hele wereld weer moeten opbouwen.’ Hij antwoordde: ‘O, maak je nou toch eindelijk van kant, dan houdt dat gezeur van jou tenminste eens op.’ Haar enige houvast in het leven is een man die in het zangspel Amadeus Daberlohn wordt genoemd en in de Berlijnse jaren als zangpedagoog aan haar stiefmoeder, die klassiek geschoold zangeres was, les had gegeven. Deze wonderlijke man had een obsessie gehad voor de weg van Orpheus naar de onderwereld. Op een van de gouaches houdt hij de schouders van Charlotte vast, terwijl hij knielt en zegt: ‘Vergeet alsjeblieft niet dat ik het leven liefheb en er steeds weer ja tegen zeg. Om het leven volledig lief te hebben, moeten we misschien ook de keerzijde, de dood omhelzen en begrijpen. Vergeet nooit dat ik in je geloof.’

 

 

 

Omdat de Jodenvervolging ook in Zuid Frankrijk groter en groter werd, gaf zij de koffer met gouaches aan een huisarts met de woorden: ‘Dit is mijn hele leven.’ Na de oorlog kwam de koffer terecht bij Ottilie Moore, de vrouw die veel Joodse vluchtelingen in haar huis had opgevangen onder wie ook Grosspapa en Grossmama. Vader Salomon en stiefmoeder Paula Salomon-Lindberg hadden de oorlog overleefd door eerst naar Nederland te vluchten, daarna uit Westerbork te ontsnappen en onder te duiken. Dat is op zich al een heel verhaal. Toen zij naar Nice kwamen om het werk van Charlotte te kunnen zien, kregen zij van Moore alleen de koffer mee en die bevatte voor hen een confronterende inhoud. Toen zij een aantal gouaches selecteerden voor de eerste boekuitgave, was de opmerking van Grosspapa dat Charlotte zich beter van kant kon maken netjes weggeretoucheerd. Mary Felstiner, schrijfster van een biografie over Charlotte, constateerde dat ook een aantal pagina’s aan het slot ontbraken. Het ging om een brief gericht aan Daberlohn:

 

‘Gedreven door de noodzaak het verhaal af te ronden ging Charlotte van beelden over op louter woorden en schreef toen ongeduldig in het naschrift: ‘De maanden verstreken en ik kreeg het maar niet af. […] Ik moest het afmaken! Tot iedere prijs. Wat kunnen de politie of mijn grootvader mij schelen. Ik moet terug naar…’ en hier breekt de tekst af, de volgende bladzij of bladzijden zijn verloren gegaan.’ Inderdaad ze zijn verloren gegaan. Maar de inhoud niet. Frans Weisz had de pagina’s mogen zien en hij had de tekst overgetypt. Maar hij had aan Paula Salomon-Lindberg moeten beloven die brief aan Daberlohn niet te gebruiken bij zijn film. Pas in de recente documentaire Leven? Of Theater? heeft Weisz de inhoud prijsgegeven.

 

 

 

 

 

In de NRC/Handelsblad van 11 april jl. merkt hij over deze stap op: ‘Ik heb lang getwijfeld of ik de brief nu wel kon gebruiken. Paula Salomon had mij immers gevraagd om dat niet te doen. Toch vind ik het acceptabel de brief te openbaren, omdat hij eigenlijk onderdeel uitmaakt van Charlottes werk. Ze schreef hem weliswaar zes maanden na voltooiing van Leven? Of Theater, maar voegde hem bewust daaraan toe. In de brief gebruikt ze de naam Amadeüs Daberlohn, de fictieve naam die ze Alfred Wolfsohn gaf. Ze heeft de brief ook nooit naar Wolfsohn verstuurd. Het is bovendien de enige brief die zij in ik-vorm schreef, dus dan weet je dat het heel dicht bij haar komt. Zij verschuilt zich niet achter haar schuilnaam Charlotte Kahn.’

 

Natuurlijk wekt dit wel enige nieuwsgierigheid, maar de brief is enkel openbaar gemaakt in de vorm van een documentaire. Je kunt niet even op internet de tekst inzien en geen enkel interview met Weisz geeft de inhoud prijs. Vandaar dat ik op 14 april met mijn dochter Kim en zeven andere mensen in een lege bioscoopzaal zat om te vernemen wat er zo bijzonder was aan die brief. En de documentaire is inderdaad de moeite waard en zal deze maand verschijnen als onderdeel van een dvd met daarin ook een geremasterde versie van de eerdere film uit 1980. De reden dat de brief niet gebruikt mocht worden is dat Charlotte Grosspapa wat heeft aangedaan om te kunnen leven. In de film heeft Weisz dat zo opgelost dat Charlotte, gespeeld door Birgit Doll, met haar grootvader in een trein zit. Ze grijpt haar grootvader vast, schudt hem door elkaar, maar hij blijkt niet meer in leven te zijn. Dan stapt ze uit de trein het perron op en wandelt langs een aantal nazi’s haar vrijheid tegemoet. Een mooi slot. Zolang Grosspapa nog in leven was, kon zij niet aan haar eigen leven beginnen, hoe kort dat ook zou duren. Ze trouwde met Alexander Nagler die zij bij Moore had leren kennen. Maar tegen de nazi’s kon zij niet op. Ze was vijf maanden zwanger toen zij op 10 oktober 1943 in Auschwitz werd vermoord.

 

 

Herbert van Erkelens

1 mei 2012